Posts tonen met het label schaatsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schaatsen. Alle posts tonen

donderdag 25 februari 2010

Il mondo è paese!

De wereld is een dorp, zegt menig Italiaan schouderophalend als hij hoort over gebeurtenissen die zich buiten zijn directe omgeving afspelen. En gelijk hebben ze natuurlijk, het maakt niet zoveel uit waar je woont, het leven heeft voor iedereen dezelfde mooie en moeilijke momenten in petto.
Italianen houden zich over het algemeen dan ook vooral bezig met wat er in eigen land speelt en dat is meer dan voldoende om de gemoederen bezig te houden. Thuis lees ik vrijwel dagelijks een Italiaanse krant dus ik ben aardig op de hoogte van het nieuws. Maar als je er bent, de mensen hoort praten over wat er gebeurt, de opwinding in de ogen ziet en de hartstochtelijke pleidooien voor of tegen hoort, maakt het allemaal toch meer indruk!
Een kleine greep uit het nieuws van deze dagen. Er zijn weer eens politici opgepakt omdat ze banden met de n'drangheta hebben, een openbare lagere school in Mantova neemt alleen katholieke kindjes aan, de Facebook pagina 'tegen kinderen met Down' is (eindelijk) van internet gehaald, een Napolitaans meisje van drie is in het ziekenhuis van Ravenna overleden terwijl de ouders door een verpleegkundige werden uitgemaakt voor 'Napolitaanse huilebalken' en de slachtoffers van de aardbeving in l'Auquila leven nog steeds in noodopvang.
Daarnaast hebben we hier ook een echte kerk-rel. In Rome fulmineert een pastoor tegen een vestiging van Mc Donalds in zijn wijk. Het fastfoodrestaurant had op Aswoensdag een kinderfeestje georganiseerd. Ongehoord, zo vindt de pastoor. Aswoensdag is namelijk de eerste dag van de Vasten en dan is soberheid het gebod.
Waar maken ze zich druk om, zou je zeggen. Maar dat kun je natuurlijk net zo goed zeggen van alles wat onze gemoederen de laatste dagen heeft bezig gehouden. Van de foute wissel van Sven tot pastoor Buyens in Brabant.
Ons hotelletje staat overigens ook in een dorp, een piepklein dorp. Toen we vanmiddag aankwamen stonden de 'il padrone' en zijn vrouw in de tuin te werken want het was hier de afgelopen weken slecht weer. Veel regen, soms sneeuw en harde wind hadden hun sporen achtergelaten in het groen! Maar vandaag lijkt het een beetje lente te worden.
Het was dan wel noodweer in Bologna (het vliegtuig moest uitwijken naar Rimini) maar toen we eenmaal in Poggio Berni aankwamen was het inmiddels 16 graden geworden en scheen de zon uitbundig.
Nu zit de dag er bijna op maar eerst kijk ik zometeen nog even naar de verrichtingen van 'onze' schaatsers. De wereld is echt een dorp!

zondag 14 februari 2010

Svenergy!

Zoals mijn vrienden en kennissen wel weten, ben ik niet het sportieve type. Ik bedoel in dit geval natuurlijk sportiviteit in lichamelijke zin. Mentaal reken ik mezelf wel degelijk tot het sportieve deel van de natie. Deze sportiviteit uit zich vooral in chauvinistisch enthousiasme tijdens evenementen waarin Nederlanders het goed doen.
Tussen die evenementen door heb ik nauwelijks interesse in de verrichtingen van de atleten, zo kon het dus gebeuren dat ik gisteravond een extra glas wijn dronk op de eerste gouden medaille in Vancouver, bij elkaar geschaatst door iemand die ik tot dan toe slechts kende van de Svenergy-televisiereclame.
Mijn selectieve sportiviteit maakt natuurlijk dat ik in bepaald gezelschap een vreemde eend in de bijt ben en op sommige momenten met aan wereldvreemdheid grenzende verbazing naar mijn omgeving kijk.
Nu de Olympische Spelen in Canada plaats vinden, komen diverse herinneringen aan mijn bezoeken aan dat land naar boven. Nou moet ik er wel eerlijk bij vermelden dat die bezoeken niet aan de Westkust, maar in het Oosten van Canada plaats vonden. En in het Oosten van Canada wonen geen Canadezen. Dat is tenminste wat ze zelf graag benadrukken. Als je aan een inwoner van (de provincie) Quebec vraagt waar hij vandaan komt, zal hij in het Frans antwoorden. 'Je suis Quebecois'. Zelfs de geringste toespeling op Queen Elisabeth kan hem in grote woede doen ontsteken en het is ouders verboden (!) hun in Quebec geboren kinderen naar een Engelstalige school te sturen. Hoe ver deze 'on-canadeesheid' gaat, heb ik gezien tijdens een bezoek aan Quebec City, de provinciehoofdstad. Aan het stadhuis, bolwerk van chauvinisme, wappert niet de rood-witte vlag van Canada, niet eens de provinciale blauw-witte vlag van Quebec, maar: de franse driekleur! Ingrijpen van de nationale overheid zou een burgeroorlog tot gevolg hebben.
Er is echter één evenement waar Canadezen en Quebecois elkaar vinden. Eén moment waarop er maar één vlag en één volkslied is. Dat is als het nationale ijshockeyteam in actie komt. IJshockey is de grote verbroederaar.
Het bijwonen van een ijshockeywedstrijd in Noord-Amerika is op zich al iets heel bijzonders, zeker voor iemand die slechts incidenteel van sportieve interesse kan worden beschuldigd. Ik ben weleens bij voetbalwedstrijden geweest (zelfs bij interlands), heb American Football-westrijden bezocht, heb World Cup ski-afdalingen gezien en was ooit aanwezig bij finales van grote tennistoernooien. Niets van dit al is te vergelijken met een ijshockeywedstrijd in Canada.
In het centrum van Montréal, thuisbasis van de 'Habs' staat het Bell Centre, een stadion dat als een ouderwets steil circustheater is gebouwd. Wie op de bovenste ringen zit, krijgt het idee bij de minste beweging recht naar beneden te vallen. Ik hield me dus koest. Dat kan niet gezegd worden van de mensen om mij heen. Er werd gehuild, geschreeuwd en zelfs gebeden. Het was met recht een heksenketel! Maar het gekste van alles...op vreemde tijdstippen viel de wedstrijd volledig stil. Juist als ik een beetje 'in de wedstrijd' zat en min of meer begreep wat er gebeurde....puck de baan af en 'freeze'....Waarom? Grote overtreding? Welnee, even stoppen voor de televisiereclame!
Die reclame werd dan ook in het stadion vertoond, zodat ook de fans weer even weten welk bier ook weer het lekkerste is en welke auto's ze het beste kunnen rijden als ze op hun idolen willen lijken. Raar.
Gisteravond toen ik de ritten op de 5 km volgde, zag ik hoe ook Mart Smeets en Bart Veldkamp zich boos maakten over de dweilpauze die op een raar moment werd ingezet. Mart wist het wel, en zelfs ik begreep het: de televisiereclame!
Mentale sportiviteit...daar ontbreekt het in deze commerciele wereld een beetje aan. Ik zie mezelf nu dan ook als een voorbeeld van hoe het wel moet. Echte Svenergy. Selectief en beschaafd juichen, met een glas in de hand: Svennie bedankt!

woensdag 7 januari 2009

Transplantatie

Buitenlanders zien ons land met andere ogen dan wij dat doen. Het is iets dat iedereen weet, maar het 'real life' meemaken, is nog veel leuker. Wat dat betreft mag ik niet mopperen. Als je (bijna) vijfentwintig jaar getrouwd bent geweest met een Italiaan, heb je heel wat zaken die je tot dan toe vrij normaal vond, ineens met andere ogen gezien. Nu zo'n beetje half Nederland helemaal uit zijn dak gaat vanwege het ijs, schiet mij te binnen hoe dat op mijn man overkwam, de eerste jaren in Nederland. Ook in de streek waar hij vandaan kwam, vroor het weleens, maar er was daar echt geen hond die op het idee kwam dan maar eens te gaan schaatsen. Veel later is dat trouwens wel veranderd, zeker nadat ene Sighel (een Italiaan) het tot de hoogste plaatsen in WK wedstrijden schaatsen schopte. Maar daar was nog geen sprake van toen ik nog in Italië woonde.
Alleen al het feit dat ik onze dochter mee naar buiten nam als het sneeuwde, kwam mij op heftige reprimandes van de familie te staan. Of ik nou helemaal gek geworden was, bij zulk weer blijf je binnen, dicht bij de verwarming en hoop je dat het gauw weer over is! Nou komt dat eerlijk gezegd vrij dicht in de buurt bij mijn eigen instincten, maar ik herinner me dat ik mezelf toendertijd toch wel graag als echte Nederlandse wilde afficheren. Ik ging dus gewoon mijn gang en trakteerde iedereen die het horen wilde op verhalen over Nederlandse moeders die met minstens drie kinderen en twee boodschappentassen op de fiets weer en wind trotseerden, ook tijdens sneeuwstormen. Die sneeuwstormen heb ik eigenlijk nooit echt meegemaakt hier, maar de verhalen hadden wel het gewenste effect. Die Nederlanders zijn van staal, gehard door een welhaast onmenselijk klimaat. Keihard en niet kapot te krijgen.
Later toen we in Nederland kwamen wonen, kwam mijn man er natuurlijk gauw achter dat het allemaal zo erg niet was, maar gelukkig waren er andere dingen waar hij niet over uitgepraat raakte. De paar dagen per jaar dat er van ijspret sprake was, bleef hij zich verbazen over die arme kinderen die maar buiten in de kou op schaatsjes stonden...Ontaarde ouders. En diezelfde ouders stonden dan zeker twee keer per jaar in Thialf mee te juichen met een dweilorkest en het maakte ze niet eens wat uit wie er nou won....Nee, daar kon een rechtgeaarde Italiaan echt niets mee. Maar het ergste moest nog komen. In 1997 (op 4 januari) vond de voor hem eerste en voor de rest van Nederland laatste, Elfstedentocht plaats. Verbazing is een eufemisme voor het gevoel dat zich van mijn man meester maakte. Zoveel gekte had hij nog niet eerder gezien, zelfs niet toen het Italiaanse elftal het EK won in 1982. Het journaal had niets anders meer te melden dan de ijsdikte in Friesland en tot overmaat van hilariteit werden er stukken ijs getransplanteerd. Het verhaal van de ijstransplantaties werd en bleef het persoonlijke succesverhaal van mijn Italiaan. Keer op keer hingen zijn oud-dorpsgenoten aan zijn lippen....Doen ze dat echt, in Nederland? Ze vroegen het ook weleens aan mij, denkend dat hun oude vriend het nu toch wel te bont maakte met zijn leuke anekdotes. Ik kon niet anders dan, enigszins verlegen, toegeven dat zulke dingen inderdaad gebeurden. De videoband van de barre tocht vond gretig aftrek bij familie, vrienden en bekenden. Gisteravond belde dochter Romina even. Of er al weer zo'n lange ijstocht was geweest, wilde haar man weten. Op mijn ontkennend antwoord bleef het even stil. Dat begrepen ze niet. Maar als het ijs niet dik genoeg is, dan kunnen jullie het toch wel transplanteren?

donderdag 1 januari 2009

Lente!

Ik weet het...voor de meeste mensen klinkt dit héél raar, maar voor mij begint de lente elk jaar op 1 januari. Let maar op, over een week staan de winkels vol met narcissen, hyacinthen en krokusjes. Weliswaar in rieten mandjes en vooral om binnen neer te zetten, maar toch. Alles ademt nieuwigheid en is dat niet een van de belangrijkste kenmerken van de lente? Van nu af aan zal ik elke dag met tevredenheid constateren dat de dagen weer iets langer worden en de vrieskou? Dat is een voorbijgaande vergissing van de natuur! Dat er al weer langzaam gespeculeerd wordt over 'de Tocht der Tochten' maakt mij niets uit en dat ik de autoruiten elke ochtend moet krabben om het ijslaagje te verwijderen brengt mij ook echt niet op andere gedachten. Dankzij de voerballetjes die her en der in mijn tuin hangen, zie ik steeds meer vogeltjes voorbij komen, ook dat is een teken. Het zal niemand verbazen dat ik een gruwelijke hekel aan de winter heb, ook al is die in mijn beleving dan ook erg kort. Kou en sneeuw zijn prachtig als je op vakantie bent in een bergachtig land maar niet in mijn achtertuin! Wat mij betreft mag het elke dag warm water regenen als anderen genieten van ansichtkaart-landschappen en witte rijp op de bomen. Ik denk dat mijn aversie tegen 'mooie Hollandse winters' al op zeer jonge leeftijd is begonnen. Ik voel me nog bevriezen bij de herinnering aan kindergenoegens als bijvoorbeeld schaatsen. Dat werd bij ons gedaan op de ijsbaan in Bussum in wat vroeger het 'Lagieskamp' heette. Laatst was ik er in de buurt en ging eens kijken. Er is niets meer terug te vinden. In dat gedeelte van Bussum, waar ook het zwembad was waar ik zomers wél graag kwam, staan nu tientallen boerderettes met twee buxusplantjes voor de voordeur en een eigen zwembadje in de achtertuin. Maar goed, toen er nog water was dat steevast bevroor in de winter, was het dus een schaatsbaan. Heel gezellig, met verlichting, muziek en een kraampje waar anijsmelk kon worden gekocht. Op extreem koude dagen stuurden onze ouders ons zonder pardon die ijsbaan op. Ik zie me nog zitten op een stukje bevroren gras, met ijskoude vingers trachtend die achterlijke schaatsen aan te krijgen. Denk niet dat het simpel was, kinderen leerden in die tijd schaatsen op Friese doorlopers, mijn broertje had nog geluk met zijn 'jongensschaatsen', die van mij hadden griezelig lange punten met een krulletje aan het eind. Er werd geschaatst op kaplaarzen (lekker warm) waar die houten schaatsen dan omheen gebonden werden met lange banden. Gelukkig bevroren mijn tranen van machteloosheid nog voordat ze naar beneden konden rollen, anders hadden ze zeker een klein wakje veroorzaakt. Soms was er een vriendelijke meneer of mevrouw die mijn ellende opmerkte en de stomme, inmiddels keiharde en onbuigzame, bandjes netjes strikte. Dat betekende zeker tien minuten plezier, totdat je weer scheef van je schaats zakte en de boel weer los zat. Scheve schaatsen rijden, zat er bij mij al vroeg in. Tegenwoordig schijnt dit kleine kinderleed niet meer voor te komen. Mijn dochter heeft ook leren schaatsen, maar dan op beeldige, lichtblauwe met bont gevoerde kunstschaatsjes...en aan de hand van haar vader voor ons eigen huis terwijl ik, met in de ene hand de camera en in de andere hand een lekker drankje, haar verrichtingen gadesloeg. Maar natuurlijk wel met één oog op de bomen en struiken, want ik wist zeker dat de eerste knoppen op uitbarsten stonden!