woensdag 30 december 2009

Toekomstmuziek

Mijn moeder zong het graag en veel. Ze dacht ook dat het mooi klonk en niemand die haar uit de droom hielp. Als kind begreep ik niet wàt ze zong maar ik vond het een leuk deuntje en als Mama vrolijk door de keuken huppelde was dat zo'n feest, dat ik waarschijnlijk de dodenmars nog wel geestig zou hebben gevonden.
Het duurde jaren voordat ik de woorden kon verstaan en inmiddels was ik opgegroeid tot een onhandige, lompe puber. De tekst leek me op het lijf geschreven. Je weet immers niet wat er op je pad komt, er kan nog van alles gebeuren. Als rasoptimistje ging ik er toen nog vanuit dat veranderingen altijd verbeteringen waren. Dus droomde ik van een toekomst waarin ik gelukkig en succesvol zou zijn en zelf een dochter zou hebben die mij zou vragen hoe het leven eruit zou gaan zien.
En jawel. Het leven veranderde ten goede en het verlegen pubertje zonder zelfvertrouwen veranderde in een best aardige vrouw die de liefde van haar leven leerde kennen en samen met hem een prachtige dochter produceerde.
En hoewel ik altijd erg mijn best deed om niet op mijn moeder te lijken, betrapte ik me erop, met de toen nog peuterende Dochterlief door de kamer te huppelen, daarbij hetzelfde liedje zingend dat mijn moeder altijd zong.
We zijn weer heel wat jaren verder en wat denk je? Dochterlief heeft de tekst van het liedje op een t-shirt laten drukken en draagt het met veel plezier. Het liedje blijft bekoren, hoe dan ook. Ik ben benieuwd wat zij later voor haar dochter(s) zingt!
Inmiddels ben ik wel zover dat zo'n liedje me nauwelijks meer kan inspireren. Ik weet nu toch wel hoe het leven in elkaar steekt en wat ik nog kan verwachten? Of niet? Ik loop nu al zolang rond...waar kijk ik nu nog naar uit?
Vorige week vond ik een jurk van mijn moeder, al meer dan veertig jaar oud. Ècht vintage. De jurk werd, toen mijn moeder mijn leeftijd had, door de naaister gemaakt, helemaal op maat dus. Ik was nieuwsgierig dus ik trok hem aan. Hij paste. Hij paste niet gewoon, hij paste precies! Ik kreeg het griezelige gevoel dat verleden en heden, heden en toekomst en moeders en dochters zomaar in elkaar kunnen overgaan. Het was een rare gedachte toen ik zo voor de spiegel stond te draaien. Leek ik dan zo op mijn moeder? Was ik zó weinig origineel? En wat zou dat inhouden voor Dochterlief? Zou zij die jurk ooit aantrekken? De stof schijnt de decennia wel aan te kunnen, dus daar hoeft het niet aan te liggen. Verandert er dan eigenlijk niets? Sukkelt het leven gewoon door, van moeder op dochter en van dochter op kleindochter?
En toen schoot me dat liedje weer te binnen. Whatever will be, will be. Het leven is nog lang niet uitgeleefd. Wie weet wat de toekomst brengt! Een mooie gedachte zo op de laatste dag van het jaar. Ik hoop dat het een mooi jaar wordt, waarin alle veranderingen ook verbeteringen zullen blijken, net als vroeger. En niet alleen voor mezelf, maar voor jullie allemaal!
Ik wens ook jou veel geluk en gezondheid in 2010.


zondag 27 december 2009

Bammetje pindakaas

Het is grappig te horen hoeveel mensen weer blij zullen zijn als het 2 januari is. We lopen ons de hele maand december de benen onder het lijf vandaan om het gezellig te maken en als we dan middenin die warme, vrolijke en heerlijke feestdagen zitten, verlangen we naar 'gewoon'. Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat ons het idee is opgedrongen dat we met Kerstmis en Oudjaar allemaal gelukkig moeten zijn. We moeten het leuk hebben, we moeten stralen, we moeten er 'iets bijzonders' van maken en daar moeten we dan ook van genieten. Maar zodra iets 'moet' is het meestal al zo leuk niet meer! Natuurlijk zijn er wel bijzondere ogenblikken, maar dat zijn nou net vaak die momenten die niet gepland waren. Een beetje tevredenheid, hartelijkheid of zelfs geluk, dat zomaar uit de lucht komt vallen. De magie die we met ballen, lichtjes, klokjes en de (afgrijselijke) amerikaanse kerstliedjes af proberen te dwingen, trekt zich niets aan van al die uiterlijkheden. Die magie gaat zijn eigen weg en duikt op wanneer je hem het minst verwacht.
Ook ik heb de afgelopen dagen een paar keer van zo'n magisch moment genoten en die momenten maken alle kerststress meer dan goed. Over het kerstdiner met mijn maatje heb ik al uitgebreid verteld, het was een geweldige ervaring. Maar het mooiste kwam de dag voor Kerstmis, toen ik nog snel de laatste boodschappen deed bij Albert Heijn. Net toen ik heel toepasselijk op mijn knieën lag om de laatste afbakcroissants uit het schap te weg te kapen, voelde ik twee handen op mijn schouders. Enigszins geschrokken door dit onverwachte gebaar, stond ik binnen een fractie van een seconde weer op mijn benen, ik wilde zien wie mij zomaar aan durfde te raken. Ik ben niet zo goed in het snel herkennen van gezichten en er werd me ook niet veel tijd gegund. Voordat ik goed en wel wist wat me overkwam werd ik aan de weelderige boezem van een wat oudere dame met lange grijze lokken gedrukt. 'Fijn dat ik je weer zie! Het was zó gezellig maandag, ik wil je een héél gelukkig Kerstfeest wensen', klonk het. Ondanks het feit dat mijn oren werden dichtgedrukt tussen de boezem en de volle bovenarmen van de enthousiaste vrouw, herkende ik haar stem uit duizenden. Het was Mary, de grootmoeder van de uit-huis-geplaatste kleinkinderen die vorige week weer thuis waren gekomen. Met een luidruchtige klapzoen zette ze haar wens kracht bij en net zo snel als ze uit het niets was opgedoken, was Mary weer verdwenen. Mij achterlatend met armen vol afbakcroissants en een hart vol blijdschap.
Die blijdschap bleef. Tijdens kerstavond en gedurende de mis in 'mijn' kerk. Het was mooi om Jozef, Maria en de kleine Jezus in de kerststal te kunnen zetten, de kaarsjes aan te steken en samen met Dochterlief en schoonzoon tot in de kleine uurtjes foto's te kijken, haar zelfgebakken Oostenrijkse kerstkoekjes te eten en te borrelen. Ook het kerstdiner met de hele familie op tweede Kerstdag was, net als vorig jaar, sfeervol en gezellig. Maar het magische kerst-moment?
Dat was op eerste Kerstdag. Mijn zus was ook alleen thuis, dus ging ik bij haar langs. Samen hebben we uren zitten kletsen in het kaarslicht, goede momenten waarin we elkaar steeds beter leren kennen. Even de honden uitlaten door de smeltende sneeuw en weer binnen opwarmen met een kopje bouillon. 'Blijf je eten of heb je wat anders te doen?' vroeg ze. Dus bleef ik. Nooit eerder heb ik zo genoten van een bruine boterham met pindakaas... Kerstgevoel, daar hoef je niet zoveel moeite voor te doen! Ik hoop dat ik me de dat volgend jaar nog herinner! Open huis voor iedereen en op het menu? Bammetjes met pindakaas.

donderdag 24 december 2009

Kerstgedachte

Mensen die mijn weblog volgen, weten dat ik niet zo dichterlijk ben. Vandaag maak ik een uitzondering. Het is immers bijna Kerstmis en dan word je een beetje gevoelig. Janny (zie blogroll) heeft kort geleden een prachtig gedicht van Ivo de Wijs op haar site geplaatst. Met haar toestemming neem ik het over omdat het zo mooi verwoordt wat ik zou willen zeggen. Ik draag het gedicht dan ook op aan iedereen met het hart op de juiste plaats! Mijn collega-bloggers, en alle lezers van mijn weblog wens ik hierbij van ganser harte een Zalig Kerstfeest!

Onderweg

Een man en een vrouw gaan langs de wegen,
de lucht is koud, de wind zit tegen.
Geen Dickens-sfeer, geen welbehagen
en af en toe hoor je haar vragen
met zachte stem:
'Is het nog ver naar Bethlehem?'
'Ja, het is nog ver naar Bethlehem.'

Opnieuw een jaar van vluchtelingen
die schamel langs de wegen gingen.
Opnieuw een jaar van oorlogsrampen
van hongersnoden en van kampen
en requiem.
'Is het nog ver naar Bethlehem?'
'Ja, het is nog ver naar Bethlehem.'

Van de verloren Hof van Eden
naar de onmogelijke vrede.
Zo trekt de mens over de wegen
met haar en hem.
'Is het nog ver naar Bethlehem?'
'Ja, ja het is nog heel ver naar Bethlehem.'


Ivo de Wijs

(Op de foto Sharbat Gula)

woensdag 23 december 2009

Zandstal

Nóg een paar leuke plaatjes van een kerststal....In Italië, om precies te zijn op het strand bij Torre Pedrera (en dat is weer vlak bij het dorp waar ik ooit thuis was) heeft een groep artiesten een kerststal van zand gemaakt. Een aardige variatie op het thema zandkasteel. De stal zelf vormt slechts een klein onderdeel van het werk. De kunstenaars hebben de geschiedenis van de mens, van prehistorie tot ruimtevaart, willen weergeven en dat is aardig gelukt. Voor wie dit schitterende staaltje van creativiteit en vakmanschap met eigen ogen wil zien is hier de link naar de fotoserie zoals verschenen in de krant 'Il resto del Carlino'.

zaterdag 19 december 2009

Warm water

Er ligt sneeuw. Veel sneeuw. Wat heet, té veel sneeuw. Er zijn mensen die genieten van 'hoe mooi het buiten is' en het heerlijk vinden om juist nu te gaan wandelen om vervolgens weer thuis te komen en dan gelukzalig van een kopje thee te genieten. Sorry, ik heb er niets mee. Van mij mag het per direct warm water gaan regenen, ik hoef geen thee (doe maar een glaasje wijn) en ik ga zéker niet naar buiten als het niet persé hoeft. Die witte rommel geeft alleen maar overlast. Mooi in Oostenrijk, maar niet 'in my backyard'! Dat het er wel aardig uitziet, vanuit de warme kamer gezien, wil ik best toegeven. Alleen erg jammer dat de vogeltjes geen voer meer kunnen vinden en mijn 'huis'-egel waarschijnlijk ingesneeuwd is. En als het straks gaat dooien, wordt het een vieze prutrommel overal.
U hoort het, een en al optimisme en positiviteit hier in de polder. Toch mag ik eigenlijk niet mopperen. Want hoewel ik er vandaag óók uit moet, is dat alleen om leuke dingen te doen. Lunchen met mijn lievelingsnicht en dineren bij mijn schoonzus. En ook thuis is het eigenlijk alleen maar leuk. De handigste man van Nederland komt een lampje repareren dat al bijna twee jaar stuk is, ik heb de verwarming weer eens bijgevuld èn ontlucht en dat ging uitstekend, ik kreeg een paar heerlijke flessen wijn thuisgestuurd en mijn kerststal staat inmiddels ook sfeervol op Jozef en Maria te wachten. Buiten gaan een paar buurkinderen helemaal uit hun dak met sleetjes en eigenlijk gun ik ze dat wel. Ineens schiet me te binnen dat ik maar vroeger niet begreep dat mijn vader zo chagrijnig werd van sneeuw, terwijl wij er zo van genoten...Zo oud en nukkig wil ik toch (nog) niet zijn. Ik zal nooit meer zeggen dat het warm water moet gaan regenen. Beloofd!

woensdag 16 december 2009

De sukkel met het kruis

Een flink deel van de Nederlandse bevolking is uiterst geprikkeld waar het gaat om, zoals zij dat zelf noemt, de islamisering van 'onze' maatschappij. Wat onze maatschappij precies is, weet ik eigenlijk niet zo goed. Alle normen en waarden die ik in mijn jeugd nog heb meegekregen, zijn allang geen gemeengoed meer. Ik voel me absoluut niet op mijn gemak bij grote groepen landgenoten die er andere, of beter gezegd nauwelijks, omgangsvormen op na houden.
De ouders en grootouders van de verongelijkte Nederlanders zouden zich waarschijnlijk 'omdraaien in hun graf' als ze zagen hoe hun nageslacht er tegenwoordig op los leeft. Dat heeft echter maar weinig te maken met het aantal minaretten, het dragen van hoofddoekjes en de verhoogde criminaliteit binnen enkele subgroepen van onze samenleving.
De media, zelfs die welke door bepaalde groepen als 'linkse kerk' worden aangeduid, zijn er als de kippen bij wanneer er ergens ter wereld weer een conflict(je) dreigt te ontstaan tussen moslims en christenen, allochtonen en autochtonen of, zoals bij ons, de Nederlanders en 'die buitenlanders'. Er voor het gemak aan voorbijgaand dat de meeste 'buitenlanders' gewoon Nederlanders zijn, maar dan met een extra (Marokkaans, Turks of, zoals Dochterlief, Italiaans) paspoort.
Deze week was het weer flink raak. Een wat sneue, nauwelijks Nederlands sprekende man met de naam Aziz, wil een ketting met daaraan een (overigens gigantisch) kruis over zijn uniform dragen. Het GVB van Amsterdam, waar de sukkel in dienst is, staat dat niet toe.
Ik noem de man een sukkel omdat ik het dom vind dat iemand zoiets überhaupt serieus durft voor te stellen en omdat ik vermoed dat het niet zijn eigen idee was om een rechtszaak aan te spannen tegen de vermeende discriminatie. Hij kan het woord niet eens spellen. De man laat zich mijns inziens gebruiken door mensen die er baat bij menen te hebben de gemoederen weer eens flink in beroering te brengen.
Geheel terecht heeft de rechter die zich over de zaak boog het GVB in het gelijk gesteld. De media zaten er likkebaardend bij, zij berichtten over deze zaak alsof het hier om discriminatie van Christenen gaat en trachtten elkaar te overtreffen in tendentieuze journalistiek.
Het gaat echter om de ketting, niet om wat eraan hangt. Toen ik dertig jaar geleden als stewardess bij Martinair vloog, ben ik al eens ernstig berispt omdat mijn parelkettinkje zichtbaar geweest was tijdens het dragen van mijn uniform. Dat mag niet, want het doel van een uniform is nou eenmaal dat iedereen die het draagt er exact hetzelfde uitziet. Dat geldt ook voor Aziz en zijn 'kruisje'. Al zou Aziz er een sterrenbeeld of een anker aan hangen, een ketting bij het uniform kan niet. Maar sommige Nederlanders hebben hun oordeel alweer klaar. Want 'als hoofddoeken mogen, moeten kruisen ook kunnen!' De hoofddoek is echter cultureel bepaald bij sommige Nederlanders en het GVB heeft er goed aan gedaan bij het uniform passende hoofddoeken te verstrekken.
Het dragen van een kruisje is iets anders. Veel (eigenlijk alleen) katholieke Nederlanders droegen vroeger een kruisje. Een klein kruisje, onder de kleding. Het was namelijk een privézaak. Niet bedoeld om ermee te demonstreren. Maar dat is tegen dovemansoren gezegd. Of, zo u wilt, paarlen voor de zwijnen. Voor een bepaalde groep mensen zijn dit tekenen aan de wand. 'Islamisering, ze grijpen de macht, onze cultuur gaat ten onder!' Ja, hoor.
Het is een feit dat onze cultuur niet meer hetzelfde is als vroeger en inderdaad, de kerken lopen leeg. Maar dat laatste is niet te wijten aan de volle moskeeën, maar aan het feit dat veel Nederlanders geen enkele interesse in religie meer hebben.
Ja, de normen en waarden vervagen, maar de oorzaak daarvoor ligt in het afschaffen van het fatsoen, het afnemen van autoriteitsgevoeligheid en de verregaande individualisering van de samenleving waarin alle regels die geen snelle bevrediging van persoonlijk wensen en noden beloven, overboord gegooid worden. Gemeenschapszin, opofferingsgezindheid, beschaving...het zijn woorden die de gemiddelde VMBO'er (en dat is toch 80% van de schoolgaande jeugd) niet eens meer kent. Maar de hand in eigen boezem steken is vervelend; gelukkig hebben we de 'buitenlanders', ook wel generaliserend 'moslims' genoemd, nog. Die kunnen we overal de schuld van geven!
Zo kon het gebeuren dat het feit dat een moskee in het Belgische Beringen (iemand ooit van Beringen gehoord voor vandaag?) een vergunning voor een luidspreker aan heeft gevraagd, voorpaginanieuws werd. Vóórpaginanieuws! Net op tijd, want de mijter van Sinterklaas (geen enkele officiele bisschopsmijter heeft trouwens een kruis!) en de kerstboom op een school in Den Haag raakten net een beetje uit het nieuws.
Er is natuurlijk helemaal geen verschil tussen het gebeier van een kerkklok of de oproep voor gebed vanaf een minaret. Of je nu een petje draagt omdat je erbij wilt horen, een hoed omdat je naar de kerk gaat of een hoofddoek omdat dat bij jouw cultuur hoort, ik zie het verschil niet. En achter een foute iman aanlopen of achter Geert Wilders, het is allebei even zielig. Het jammere is dat de mensen die zich nu zo verongelijkt voelen en bang zijn voor de islamisering van de samenleving, hier niet doorheen kunnen prikken. Ze lezen 'De Telegraaf' en ze wachten op Wilders. En dat is wel heel zuur. Ze steken nu al hun tijd en energie in boosheid en angst, terwijl ze er zoveel meer aan zouden hebben zichzelf en hun normen en waarden een beetje bij te spijkeren.

dinsdag 15 december 2009

Mr Bean en de kerststal

In mijn vorige post had ik het over de Oostenrijkse en de Italiaanse kerststallen...maar de Engelse was ik vergeten. Dat lost Mr Bean even voor ons op! Hij zoekt overigens ook nog kamelen, zie ik.

maandag 14 december 2009

Kamelen gezocht

Dochterlief en ik zijn weer terug uit Salzburg waar we het heerlijk gehad hebben. Natuurlijk was het véél te kort, maar dat zou het waarschijnlijk ook geweest zijn als we een week waren gebleven! Vrijdagavond toen we aankwamen, we hadden net de weekendtassen uit de auto gehaald, begon het te sneeuwen. Salzburg is al prachtig, maar Salzburg met een laagje sneeuw is héél prachtig. Hoogtepunt was het Turmblasen op zaterdagavond. De torens rondom Domplatz en Residenzplatz waren schitterend verlicht en op elke toren brachten blazers kerstliederen ten gehore. Duizenden mensen stonden doodstil naar boven te kijken, glaasje Glühwein in de hand. Een heerlijk kippenvelmoment!
Maar nu zijn we weer thuis, genieten na van de herinneringen en het eten èn vieren de verjaardag van Dochterlief. Dit jaar had ze een bijzondere wens. Ze wilde graag het gouden hangertje dat haar vader mij dertig jaar geleden gaf, hebben. Toen ik het kreeg, het was mijn eerste cadeautje van hem, was ik net zo oud als zij nu is. En Dochterlief is er net zo blij mee als ik destijds was.
Morgen wordt het dan echt de hoogste tijd om voorbereidingen voor de Kerst te treffen. De Kerststal mag weer van zolder, vorige week heb ik hem al afgestoft en klaargezet en ook de rest van de versierselen mogen weer de doos uit. Ik zoek alleen mijn kamelen nog. Hoewel mijn moeder als rechtgeaarde protestant niets met (katholieke!) kerststallen had, heeft ze me toch ooit twee kamelen voor bij mijn stalletje gegeven. Die kamelen zijn er echter op uit getrokken, waarheen weet geen mens. Ik heb nog even gedacht een paar nieuwe te kopen in Salzburg, maar 80 Euro voor een kameel (van hout) vind ik toch echt teveel. Hoe mooi ze ook zijn.
Ik ben al sinds mijn kinderjaren gefascineerd door kerststallen en in Oostenrijk vind je schitterende exemplaren. Het zijn mini 'Bauernhöfe', compleet met een kleine, maar zeer traditionele 'Kachelofen' en een in Trachten gestoken Jozef en Maria. In elk huis staat de stal al vanaf de eerste Advent, natuurlijk nog zonder Heilige Familie. Alleen de os en de ezel staan te wachten. Jezus en zijn ouders worden er pas op Heiligenabend (24ste) in gezet en de Wijzen uit het Oosten komen er op zes januari bij. Daar gaan Nederlanders (en Italianen trouwens ook) toch wat slordiger mee om.
De Italiaanse kerststal is een bijzondere belevenis. De stal op zich is maar een detail van het volledige landschap dat in Italiaanse huiskamers wordt opgebouwd. Heel Bethlehem, wat zèg ik, half Israël wordt in scène gezet. In de meeste huizen wordt er een aanzienlijke hoek voor de stal vrijgemaakt, die dan op een speciaal voor dat doel gemonteerde tafel wordt opgesteld. Die tafel is groot genoeg om met zes personen aan te eten. Eerst worden de contouren van een berglandschap aangelegd en dan wordt het geheel waar nodig geverfd en met kunstsneeuw ondergespoten. Vervolgens wordt de bekabeling aangebracht. Jawel, want in een Italiaans stallandschap ontbreken bergbeekjes, kabelbaantjes en natuurlijk felgekleurde verlichting niet. Alles beweegt, knippert, brandt en maakt geluid. Mijn Italiaanse dochter heeft zelfs een klein ijsbaantje met schaatsende poppetjes naast haar stal. Zij is wekenlang bezig geweest, maar inmiddels is het helemaal klaar. Tot eind januari wordt er in de keuken gegeten, want in de eetkamer is geen plaats meer.
Mijn kerststal is veel simpeler. Ik ben er ook veel sneller mee klaar, bij mij beweegt er immers niets. Nou ja, behalve de kamelen dan....Als je ze tegenkomt, stuur ze dan deze kant weer op, alsjeblieft.

vrijdag 11 december 2009

Christkindl

Als u dit leest, zit ik waarschijnlijk in de auto. Samen met dochterlief op weg naar de Christkindlmarkt in Salzburg (zie link). Het is al heel wat jaren traditie om in december samen een weekend 'kerstmarkt' te doen. Dat bracht ons onder meer in Frankfurt, Keulen, Düsseldorf, Bonn en Londen. In Londen waren en weliswaar geen echte kerstmarkten, maar met zoveel warenhuizen bij elkaar, was dat niet echt een gemis. Dit jaar viel de keus op Salzburg. Niet alleen omdat een kerstmarkt in een van de mooiste steden van Europa nou eenmaal héél bijzonder is, maar ook omdat we daar goede vrienden hebben, bij wie het goed toeven is!
Mijn ouders ontdekten Oostenrijk als vakantieland in de jaren vijftig. De eerste jaren hielden ze dat voor zichzelf, maar toen ik een jaar of elf was, mochten broertje en ik ook eindelijk mee.
Pa en Ma hadden inmiddels vriendschap gesloten met Vati en Mutti, een hoteliersechtpaar in een dorpje bij Salzburg en daar namen ze ons mee naar toe. Het bleek een schot in de roos. Vati en Mutti hadden drie kinderen, nèt iets ouder dan wij en het klikte meteen. Die 'kinderen' zijn mijn vrienden geworden en hún kinderen zijn inmiddels de vrienden van dochterlief en schoonzoon.
Met die 'kinderen' gingen we 's nachts 'rodeln', leerden we skiën, bezochten we de Salzburger Festspiele, vierden we Kerstmis, maakten we lange tochten langs berghutten, kreeg ik mijn eerste zoen (van één van hen!) en zochten we paaseieren. Daarna waren we aanwezig bij elkaars huwelijken, de begrafenissen van onze vaders en mijn moeder en wiegden we elkaars kinderen. Dit laatste was voor mij iets heel bijzonders omdat de kindertjes in Oostenrijk destijds nog 'ingebakerd' werden op een zogenaamd Steckkissen. Het jongetje dat ik voor het eerst zo zag ingepakt is nu veertig...Hij heeft dochterlief bijna twintig jaar geleden leren skiën. Zijn jongere zussen leren haar weer andere dingen, voor zover dat nodig is. Samen drinken en feesten ze er vrolijk op los. De Salzburger Festspiele vinden ze niet interessant, een concert van Coldplay des te meer. En zo raken onze families meer en meer met elkaar verbonden.
Minstens één keer per jaar zoeken we elkaar op. Deze zomer genoten de allerjongste Oostenrijkertjes van Amsterdam (de Bulldog was wel héél spannend) en nu gaan dochterlief en ik dus richting Christkindlmarkt.
Die paar dagen zijn inmiddels al helemaal volgepland met een bezoekje aan de oude 'Wirtin', véél bijkletsen en winkelen, 'Turmblasen' en 'Adventsingen' voor de Dom en genieten van Glühwein, gepofte kastanjes en 'Weihnachtskekse'. We hebben er zin in, want wat mij betreft is Salzburg de mooiste stad die ik ken.
Maar waar ik vooral zoveel zin in heb? Samen met dochterlief heen en weer te rijden. Het is alweer lang geleden dat we zoveel tijd voor elkaar hadden. Wat zullen we heerlijk kunnen bijpraten tijdens de reis. Want het blijft wennen hoor, zo'n dochter die inmiddels helemaal volwassen is en een druk leven leidt.
Precies een jaar geleden schreef ik ook al over haar, ze werd toen 24 en het was de eerste verjaardag zónder haar vader. Mijn eigen Christkindl wordt nu 25.
En dat moet gevierd worden, in Salzburg!

maandag 7 december 2009

Kiezen èn delen!

Zoals de meeste bezoekers allang hebben gezien, heb ik de lay-out van mijn weblog aangepast. Zelf vind ik het mooi, maar ik heb al begrepen dat de meningen hierover verdeeld zijn. Vandaar de enquête hiernaast! Ik hoop via deze kleine poll te weten te komen wat jullie ervan vinden. Maar dan moet je natuurlijk wèl even die paar seconden de tijd nemen om een keuze te maken en op het balkje 'stemmen' te drukken. Het is simpel en snel en je maakt mij er erg blij mee. Dus? Stemmen, graag!

zondag 6 december 2009

Feestbeest

Het kan gek lopen… Soms zit je wekenlang thuis te verzuren en dan ineens staan je weekeinden bol van de leuke dingen. De afgelopen dagen waren wel heel bijzonder! Vrijdagmiddag had ik afgesproken met mijn vriendin Adèle, bij haar thuis in Amsterdam. Dit soort afspraken maakten we 35 jaar geleden ook al en afgezien van wat technische verworvenheden, is er maar weinig echt anders geworden. Destijds gingen we samen Surinaams eten bij 'Waroeng Annie', een mini-restaurantje met drie tafeltjes en plastic kleedjes, waar de roti van hoge kwaliteit was. Adèle woont nog steeds in dezelfde gezellige buurt maar Annie heeft er inmiddels de brui aan gegeven. Aan Surinaamse toko’s echter geen gebrek in Oost en we konden we de bestelling nu eenvoudig telefonisch plaatsen. De roti smaakte als vanouds, ook aan een designtafel zonder plastic kleedje! Gingen we vroeger samen naar de bioscoop en genoten we na met een glaasje sherry in een Amsterdams volkskroeg, nu stopten we simpelweg een dvd’tje in het apparaat en maakten we een flesje wijn soldaat. De pret was er niet minder om!
Op zo’n avond volgt natuurlijk een lange nacht en na een stevig ontbijt (rond lunchtijd) werd het tijd voor de volgende traditie. Een rondje over de, vanwege het honderdjarig bestaan feestelijk verlichte, Dappermarkt. Bij een schoenenkraam kon ik me niet inhouden, zeker niet nadat de marktkoopman me ervan had verzekerd dat die leuke laarzen ‘van echte kunststof’ waren, waar je dus ‘veel langer plezier van hebt dan van nepleer’. Voor vijftien Euro wil ik ze wel aantrekken als het gaat sneeuwen! Voor drie Euro kocht ik vervolgens niet alleen een T-shirt, maar kreeg ik er ook tips en adviezen bij over hoe en waarmee het te combineren. De hoogblonde, in strak luipaardvel gestoken Amsterdamse sprak zichtbaar uit ervaring. 'Wel een goeie poesup d'eronder hoor, meid. Dan komme je jonges beter uit!'
Een Turkse pizza stilde vervolgens de trek die je na zulke aankopen nou eenmaal krijgt en toen vonden we het wel weer mooi geweest. Het werd ook de hoogste tijd om me te gaan verkleden voor de uitnodiging van die avond.
De oudste zoon van mijn vriendin Fatiha verloofde zich en ik was uitgenodigd voor het feest. En een feest was het! Het verloofde paar zat op een fraaie bruidstroon, versierd met rozen, lelies en ballonnen. De aanstaande bruid was een plaatje! Haar bruidsjurken (ze heeft zich gedurende de avond twee maal verkleed) waren zo weelderig en exotisch dat ze op een Oosterse prinses leek en haar handen waren eerder die avond met henna beschilderd. Verlegen glimlachend zat het paar vooral mooi te zijn, terwijl de genodigden volledig uit hun dak gingen op de Arabische muziek. Jong en oud gaf zich over aan de traditionele dansen en dat is echt heel wat anders dan wat de buikdanseressen in Turkse restaurants laten zien! Gekleed in schitterende gewaden riepen de dames (de mannen zaten in een ander zaaltje) aldus het beeld op van de sprookjes van 'Duizend en één nacht'.
Het hoogtepunt van de avond was de daadwerkelijke verloving. Vóór het aanschuiven van de ringen gaven de aanstaande bruid en bruidegom elkaar een hapje dadel (staat voor vruchtbaarheid) en een slokje melk (symbool van reinheid en huwelijkstrouw). Vervolgens gingen de ringen om, onder luid gejuich van de uitgelaten vriendinnen, tantes en zussen, die heel wat decibellen produceren als ze hun typische vreugdekreten slaken. Overigens zijn er niet veel vrouwen de hoge (voor onze oren misschien wat schelle) tonen met de juiste vibraties kunnen voortbrengen. Alleen zij die het goed kunnen, lieten zich dan ook horen.
Over de enorme hoeveelheden thee, frisdranken, koekjes, cakes, bonbons, dadels, noten, brood, vis, sauzen, groenten, salades, fruit en taart die gedurende de hele avond op de grote, met rozenblaadjes versierde tafels werden geserveerd, laat ik me maar niet uit. Dat ik twéé keer insuline ingespoten heb om de zaak enigszins in balans te houden, zegt voldoende!
Het was een mooie avond. Tijdens de rit naar huis kreeg ik ook nog de kans van alles te weten komen over de herkomst en symboliek van sommige oude gebruiken. Een nichtje van de bruidegom reed namelijk met mij mee terug en zij studeert Arabische Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Wat haar 'met de couscouslepel is ingegoten' kan ze inmiddels ook wetenschappelijk verklaren.
Deze aankomend arabiste in haar schitterende, met gouddraad doorstikte takchita, wond er geen doekjes om. ‘Onze families vinden het belangrijk dat wij integreren en ons best doen. Maar als er een feestje is…dán gaat de Marokkaanse traditie voor!’ En daar geef ik ze groot gelijk in.

donderdag 3 december 2009

Plaxina

Mensen die hun kleren niet slechts in dure boutiques kopen, kennen ze. Die venijnige plastic (rot-)dingetjes waarmee het prijskaartje aan een kledingstuk zit. Meestal aan het label, maar soms ook gewoon dwars door de blouse, rok of trui. Ze zijn onmogelijk met de handen stuk te trekken, want als je een beetje kracht zet, scheur je het dingetje dwars door de stof, of houd je er een bloederige snee in je vingers aan over. U kent ze? Fijn. Maar hoe noemt u ze? In mijn familie is er een naam voor...zo'n ding heet plaxina.
Mijn neef Robert, nu een boom van een vent, was ooit een parmantig kereltje van drie. Tijdens de vele reizen die hij met zijn ouders maakte, zijn vader werkte in het buitenland, moesten er regelmatig kleren voor hem gekocht worden, want het knulletje groeide als kool. Na zo'n inkoopsessie, het eten en het 'verhaaltje voor het slapen gaan', waren mijn uitgeputte broer en schoonzus blij de kinderen in de hotelkamer in bed te kunnen stoppen. Ze hoopten op een paar uurtjes rust in de hotelbar, maar hadden buiten hun zoontje gerekend.
Hij wilde niet gaan slapen zonder zijn plaxina. De arme ouders hadden nooit van het woord gehoord en wisten dus ook echt niet wat hij bedoelde. Laat staan dat ze in de gaten hadden waar ze naar moesten zoeken. Alles werd aangedragen: kleerhangertjes, visitekaartjes, sleutelhangers, nieuwe overhemdjes, zeepjes en tubetjes badschuim.
Het resultaat van deze bedrijvigheid was slechts een steeds harder schreeuwend en huilend jongetje. Totdat het kereltje, met een rood hoofd en betraande ogen, ineens met een onwaarschijnlijke snelheid tussen bed en nachtkastje dook. Triomfantelijk kwam hij weer boven, met een gelukzalige glimlach op zijn gezichtje en in zijn knuistje een plastic sprietje met het prijskaartje er nog aan. 'Mijn plaxina!' glunderde het kind. Zo kreeg 'het dingetje' een naam en niemand die het ooit vergat.
Waarom ik dit vertel? Gisteren was ik aan het stofzuigen. Er begon ineens iets te ratelen en er werd nog maar bitter weinig opgezogen. Wijs geworden door mijn eerdere ervaring, dacht ik direct aan een volle stofzak, maar dat was het niet. Er was een kleine verstopping ontstaan in de onderste regionen van de slang. Gelukkig word ik steeds handiger in huishoudelijke zaken en schroefde ik de boel resoluut los. Wat vond ik? Inderdaad, een Robertiaanse plaxina waar zich hondenharen en ander vuilnis omheen hadden gewikkeld, aldus een flinke prop vormend die de zaak verstopte. Het probleem was snel over. Maar dat rotdingetje blijft rondspoken in mijn hoofd. Al zoekend op internet kwam ik bij diverse groothandels terecht die ze distribueren onder de naam 'textielpins' of 'riddersporen'. Ik houd het op plaxina, mooier, makkelijker en zeker origineler!

maandag 30 november 2009

Emilie hoort er nu helemaal bij!

Er zijn mensen die menen dat godsdiensten de bron van alle kwaad in de wereld zijn. De onderliggende gedachte is dat er altijd en overal oorlogen geweest zijn die tot doel hadden de godsdienst van de een, op te dringen aan de ander. Dat was en is natuurlijk een kwalijke zaak. Net als het feit dat simpele gelovigen de dupe kunnen worden van wreedheden die door hun eigen, machtsbeluste kerkleiders worden begaan. Of dat nu het stenigen van 'overspeligen' of het sexueel misbruiken van kinderen is. Allemaal even verwerpelijk. Dubbel verwerpelijk omdat deze misdaden 'uit naam van' God, zijn kerk of 'het geloof' worden gepleegd.
Dat de kerk (in breedste zin) daar helemaal geen opdracht toe geeft en dat God, Allah, Jezus, Mohammed of welke andere naam mensen ook aan hun god geven, hun volgelingen juist tot vrede, verdraagzaamheid en liefde oproepen, wordt meestal over het hoofd gezien. Uit hun verband gerukte of onbegrepen bijbel-of koranteksten worden vaak gebruikt als bewijs voor de slechtheid van het geloof. En dat terwijl er maar één ding ècht aangetoond kan worden: de slechtheid van de mens. Die zit er namelijk goed ingebakken bij ons. Jawel, óók bij mij en zeer waarschijnlijk óók bij u!
Gelukkig zijn de meeste mensen wel in staat hun kwalijke driften onder controle te houden, niet in het minst dankzij de corrigerende, steunende en inspirerende woorden uit hun Heilige Boeken, de vermanende woorden van hun voorgangers en, heel belangrijk, de sociale controle van een gemeente of parochie. Zonder te willen zeggen dat ik zonder geloof eigenlijk een moordzuchtige zondares zou zijn, kan ik wel beamen dat de religie, althans in mij, het beste boven brengt.
Het geloof dat er een God is die uiteindelijk jouw daden zal beoordelen en waar nodig ook ernstig zal bestraffen (of juist belonen!), is een effectieve stimulans om toch maar op het rechte pad te blijven.
Is dat zinloze bangmakerij? Angst kweken bij domme gelovigen die graag in sprookjes geloven? Eerlijk gezegd zie ik alleen de resultaten en als kind van deze tijd, zijn het voor mij juist de resultaten die tellen.
Alleen kijken naar de excessen is niet eerlijk, maar het is onmogelijk om statistieken bij te houden van de keren dat het wèl goed gaat. De vele misdaden die juist niet gepleegd zijn, omdat de bijna-dader zich bijvoorbeeld de woorden van zijn God herinnerde, zijn boosheid werd getemperd omdat hij werd geconfronteerd met de plicht je naasten te vergeven of simpelweg geen kans kreeg omdat zijn medegelovigen te dicht naast hem stonden.
Maar uitgaan van het positieve in deze wereld, is blijkbaar alleen volledig aanvaard als het wordt verkondigd door moderne new-age goeroes, en het nut van 'je overgeven aan iets dat voor jou werkt', wordt weliswaar legaal gepromoot door in min of meerdere mate zweverige hulpverleners, maar als de pastoor, de dominee, de rabbi of de iman het zegt, worden dezelfde uitspraken van een bedenkelijk niveau. In God geloven is van gisteren, jezelf als het centrum van het universum beschouwen is helemaal hip.
Ik vraag mij de laatste tijd vaak af waar de collectieve weerzin tegen religie toch vandaan komt. Alle rituelen die in de kerken al eeuwenlang dagelijkse kost zijn, moeten door de 'verlichte mens van de 21ste eeuw' opnieuw worden uitgevonden.
Er worden meer kaarsjes gebrand, wierookstokjes verstookt en processies gelopen dan ooit tevoren. Alleen doen we het nu thuis 'voor de gezelligheid', om 'dichter tot onszelf te komen' en in de vorm van stille tochten voor zinloos vermoorde medemensen. Je kunt langs drukke wegen nauwelijks nog een boom vinden waar geen altaartje van gemaakt is en de sociale controle van de gemeente zoeken we bij vriendennetwerken op internet. Leve de vooruitgang. En dat terwijl het toch zo simpel kan zijn.
Afgelopen zaterdag ben ik officieel toegetreden tot de Rooms Katholieke kerk. In de kerk hoor ik vermanende maar ook liefdevolle woorden aan. Ik neem deel aan de rituelen en vier samen met de andere parochianen, zowel de vreugdevolle momenten als de verdrietige gebeurtenissen. Ik word er gedwongen kritisch te kijken naar mijn gedrag en mijn gedachten en ervaar hoe eeuwenoude tradities saamhorigheid smeden.
Daardoor merk ik duidelijk dat mijn leven er beter op wordt. Ik haal kracht en inspiratie uit mijn geloof en ik word gesteund in mijn streven om die gaven door te geven aan anderen. Met andere woorden, ik merk dat ik een heel klein beetje dichter bij het halen van mijn persoonlijke doelstelling, een goed mens te worden, kom. Voor mij werkt het dus en daar ben ik blij om. Aan een veertig jaar durende zoektocht (hoe bijbels!) is een einde gekomen.
Ik wens deze rust iedereen toe. Waar je de inspiratie vandaan haalt is helemaal niet zo belangrijk en hoe je het vorm geeft, is voor iedereen anders. Zoekt en gij zult vinden...het is uiteindelijk alleen het resultaat dat telt!

vrijdag 27 november 2009

Tante Loes

Ik surf graag op het internet en dan kom je weleens iets tegen. Deze week was dat de website van een restaurant in Rhenen. Nou ken ik Rhenen een beetje, omdat mijn oom Arnold en tante Louise (Nol en Loes dus) daar een hotel-restaurant ('De Stichtse Oever') hadden, waar ik zo'n beetje elke vakantie 'moest' helpen. Dat moeten is maar relatief. Veertig jaar geleden ben ik er inderdaad voor straf naar toe gestuurd, ik was dertien en kennelijk onhandelbaar, maar na die eerste strafexpeditie wilde ik niet anders meer. Oom en tante hadden geen kinderen, verwenden me dus behoorlijk en maakten er een leuke tijd van. Het werk vond ik fantastisch. Het afwassen beviel dan wel wat minder, maar de rest was geweldig.
Het restaurant dat ik tegenkwam op internet heet 'Tanteloes'. Het ziet er prachtig en luxueus uit en is gevestigd in hetzelfde pand waar ik vroeger zo hard werkte! De nieuwe eigenaars hadden kennelijk weleens van tante Loes gehoord en hebben haar naam eer aan gedaan!
Toen ik tante Loes leerde kennen was ze ongeveer zo oud als mijn vader (héél oud dus), had ze lang krullend grijs haar en grote, bungelende, gouden oorbellen. Af en toe stak ze een weelderig gekleurde bloem achter haar oor en ook verder zag ze er meestal uit als een exotische danseres. Sommigen vonden dat ze op een zigeunerin leek en hoewel dat de waarheid dicht benadert, vind ik het niet aardig genoeg klinken. Ik houd het dus op een exotische danseres. Je hoorde haar ook altijd van verre aankomen, om haar polsen had ze zoveel gouden armbanden dat het gerinkel het klokkenspel van de beroemde Rhenense Cuneratoren haast overstemde.
Tante Loes werd aanbeden door haar man, mijn oom Nol die elke wens van haar ogen aflas; niets was hem te gek om 'zijn Loesje' blij te maken. Loesje liet het zich allemaal gewillig aanleunen, overtuigd als zij was van de onschatbare waarde die ze voor haar man èn hun commerciële activiteiten had. En daar had ze eigenlijk wel gelijk in.
Tante Loes wist op onnavolgbare wijze klanten te binden! Ze leuterde er met iedereen een eind op los en zorgde ervoor dat al haar gasten, van de buschauffeurs tot de schilder die soms maanden bleef, van de zakenmensen die kwamen lunchen tot de oude mannetjes en vrouwtjes die alleen een jonge en een bessenjenever kwamen drinken, zich thuis voelden. Honderden mensen kwamen dagelijks, zeker in het drukke zomerseizoen, bij Oom en Tante over de vloer en iedereen kwam graag terug.
Toch was het voor Tante Loes niet genoeg. Ze wilde meer, ze wilde anders. Tijdens een van de vele lange reizen die ze samen met haar man maakte kwam ze ook in Israël. En dáár zag ze het licht. Letterlijk en figuurlijk. Ze bezocht alle wijken van Jeruzalem, ging naar de bezette gebieden en haar dialect (zo tussen Utregs en Veenendaals in) bleek absoluut geen bezwaar om ook daar met iedereen een praatje aan te knopen. Ze was onder de indruk en vond dat ze wat moest doen. Ik hoor haar nog vertellen over 'al die arme kindertjies, waor? Dat wietjewel, toch? Haarstikke zielig hoor, ook die Palestijnse jochies...verschrikkelijk woar?'
Maar bij tante Loes bleef het niet bij praten. Ze zette inzamelingsacties op touw, stichtte kindertehuizen en rekruteerde vrijwilligers onder alle gezindten. Israël en de Palestijnse gebieden werden van háár. Elk jaar ging ze er tweemaal heen. Ze werd ontvangen door zowel Arafat als door Teddy Kollek, destijds de burgemeester van Jeruzalem. En in de Kerstnacht zat ze op de eerste rij in Bethlehem. Met haar lange grijze haren, haar bungelende oorbellen en de bloem achter haar oor. Want tante Loes bleef altijd zichzelf.
Ook toen het langzaam minder met haar ging na de dood van haar man. Helemaal weg was hij echter nooit....tante Loes zag regelmatig een duif op haar dak landen en die wees ze me dan aan: 'Kijk kind...da's je ome Nol, hij is me nog niet vergeten!'
Het is al heel wat jaren geleden dat tante Loes overleed en de jaren daarvoor was ze niet meer in staat om goed voor zichzelf te zorgen, laat staan voor anderen. En zoals het gaat met oude mensen die niet meer zo actief zijn en wier kringetje steeds kleiner wordt, raakte ook tante Loes een beetje vergeten.
Maar daar is sinds 2006 verandering in gekomen. Toen werd restaurant 'Tanteloes' geopend (zie link). Ik wens ze een lange en succesvolle tijd door daar in Rhenen. Ze hadden mijn tante geen groter plezier kunnen doen. Ik hoop wel dat ze oppassen als er weer eens een duif op het dak zit. Wie weet is het Nol die nog steeds zijn Loesje zoekt.

maandag 23 november 2009

White Christmas

In een klein plaatsje bij Brescia in Noord Italië geeft men dit jaar een heel bijzondere invulling aan de kerstgedachte. Onder de naam 'White Christmas' wordt van eind november tot en met 24 december jacht gemaakt op de gekleurde medemens. Deze mensen worden opgepakt en wie wordt gevonden zonder, of met een verlopen verblijfsvergunning wordt direct afgevoerd. Zo hoopt men nog vóór de Kerstnacht aanbreekt het dorpje weer helemaal wit te hebben. Spic en Span voor de feestdagen dus!
Werden de 'zwarte' bewoners vorig jaar nog uitgenodigd om de vieringen rond Kerstmis extra luister bij te zetten met liederen uit hun geboorteplaatsen, dit jaar wil men ze niet meer zien. Hebben die gasten zich zo misdragen het afgelopen jaar, dat dit hun verdiende loon is? Wat is er gebeurd? Het zijn vragen die ik me bij lezing van zo'n bericht stel. Even googelen en je hebt een antwoord.
In en rond dit kleine stadje is maar weinig industrie. Maar het was voldoende om werkgelegenheid te bieden aan zowel de Italiaanse inwoners als de asielzoekers. Veelal Afrikanen en Oost-Europeanen. Tot de crisis uitbrak. Sinds begin van dit jaar zijn veel mensen op straat gezet. De 'nieuwe Italianen' die dit overkwam, durven nu geen verlenging van hun verblijfsvergunning aan te vragen. Want dat mag namelijk maar één keer. Wordt jouw verzoek afgewezen, dan kun je het schudden. Je mag het niet nog eens proberen. En iemand die zijn baan is kwijtgeraakt, en dus geen inkomen heeft, weet van te voren al dat zijn verzoek kansloos is. Dan maar even wachten tot het tij keert, denken ze.
Dat gaat dus niet meer lukken als het nieuwe Kerstritueel succes heeft. En dat is ook precies de bedoeling. Want als de economie weer aantrekt en de banen weer beschikbaar komen, willen de inwoners van het stadje zèlf vooraan staan in de rij. Daar hebben ze geen buitenlanders bij nodig.
Dit is vooral zo schokkend als je bedenkt dat er méér Italianen in het buitenland wonen en werken dan buitenlanders in Italië. De reden voor zowel de in- als de uittocht is dezelfde: geld verdienen.
Italië is al generaties lang een emigratie-natie. Italianen behoorden bij de allereerste gastarbeiders, niet alleen in Nederland maar ook in de rest van Europa. En hoewel het woord asielzoekers destijds nog niet gebruikt werd, waren het vooral de Italianen en de Ieren die als zodanig hun heil zochten in Amerika. Toch zijn het juist de Italianen die voorop lopen qua xenofobe verschijnselen.
Het politieke klimaat is in Italië op dit moment nog erger dan in Nederland. Er zijn bijvoorbeeld diverse bewegingen (vooral voor jongeren) die openlijk aan Mussolini-verering doen. Volgens hen wordt alles beter als het land weer door een echte fascist wordt geleid. Natuurlijk weten deze jongeren nauwelijks waar ze het over hebben, maar dat maakt dit fenomeen niet minder beangstigend. Men leert ze bijvoorbeeld de 'saluto romano' aan. Wij kennen deze groet als de hitlergroet. Als het waar is dat een land de leider krijgt die het verdient, hebben ze met Berlusconi hun verdiende loon.
Maar terug naar het kleine stadje bij Brescia. Niemand van de oorspronkelijke bevolking neemt het op voor hun bedreigde plaatsgenoten. Allemaal dromen ze van een White Christmas.
Tot nu toe was een witte kerst alleen in de wintersportgebieden van Italië (de Alpen) een normaal verschijnsel. Klaarbijkelijk heeft men daar nu iets op gevonden. Operatie White Christmas zal ongetwijfeld navolging vinden in andere streken. En zo zal Kerstmis weer teruggebracht worden tot de essentie van het Kerstverhaal: geen plek in de herberg voor vreemdelingen! Het wachten is op een verlosser.

vrijdag 20 november 2009

Emilie zegt sorry!

Als je iets verkeerds gedaan hebt, knaagt dat aan je geweten. Althans, bij de meesten onder ons, mag ik toch hopen! Er bestaan kennelijk ook types die op geen enkele wijze onder de indruk zijn van hun eigen ondeugden, maar die lezen vast mijn weblog niet!
Het is over het algemeen een heerlijk gevoel om eerlijk op te kunnen biechten wat je op je kerfstok hebt. Vooral als daarna ook een vorm van vergeving volgt. Een vriend(in), een familielid of een collega zal meestal maar al te gelukkig zijn om het 'weer helemaal goed' te maken. Als je om iemand geeft, wil je immers geen verwijdering.
Voor gelovigen, of dat nu christenen, joden, boeddhisten of moslims zijn, ligt het nog iets ingewikkelder. Want wie een zonde tegen een medemens begaat, begaat die zonde óók tegen zijn God. En de relatie met God wil je als gelovige natuurlijk helemaal goed houden. Ook al is dat niet even makkelijk, want er gaat vrijwel geen dag voorbij of de mens doet wel iets wat eigenlijk niet door de beugel kan. Een leugentje om bestwil, een gezellig klein roddeltje of het niet luisteren naar de vraag van een ander. En dan heb ik het alleen nog maar over de simpele 'dagelijkse' zonden. Er zijn ook nog hoofdzonden en doodzonden. Kortom, het is onmogelijk om zondenvrij door het leven te gaan.
Wat doe je daar aan? De meeste geloven bevelen je aan om te bidden, tot inkeer te komen en vergeving te vragen voor de bedreven zonden. Het lastige van deze vorm van schuld belijden is dat je nooit echt zeker kunt zijn van de vergeving. Een beetje schuldbewust mens zal altijd denken dat hij misschien toch méér berouw had moeten tonen of nog iets langer had moeten bidden. Veel christenen, vooral uit de wat 'zwaardere' hervormde kringen, zullen dit herkennen. U kent ze wel, het zijn de somber gestemde kerkgangers die gebukt onder hun schulden, de blijheid van de verlossing nauwelijks waard denken te zijn.
Voor mij is die eeuwige angst voorbij. In mijn voorbereiding tot het Heilig Vormsel (nog een goede week!) heb ik deze week voor het eerst gebiecht. Nee, daar heeft de pastoor geen hele dag voor uit hoeven trekken ;-)
Wandaden, onvriendelijkheid, ongeduld en andere slechte karaktereigenschappen....ik heb mijn hele leven trouw gebeden om ze 'te boven te mogen komen', maar tijdens mijn eerste biecht als (bijna) Rooms Katholiek, heb ik alle ellende bij de pastoor kunnen neerleggen. Hij vertegenwoordigt op dat moment God en luistert zonder daarbij te oordelen. Maar hij kan je wel, als hij overtuigd is van je eerlijke bedoelingen, alles in de naam van God vergeven.
Natuurlijk is het 'Sacrament van Boete en Verzoening' zoals de biecht officieel heet, meer dan even snel vertellen wat je verkeerd hebt gedaan om vervolgens vrolijk verder te gaan met je leven. De tijd van 'doe maar een Weesgegroetje dan ben je er van af' ligt gelukkig ver achter ons. Voor zover ze daadwerkelijk bestaan heeft. En aflaten kopen? Nee, dat is ook geen optie meer.
Voor mij was deze 'eerste keer' een openbaring. Mijn schulden werden me eindelijk, luid en duidelijk kwijtgescholden en dat is nogal wat. Het zal voor sommigen ongelooflijk klinken (daarom heten ze ook ongelovigen ;-)) maar voor mij is het alsof ik een nieuw leven ben begonnen. Ik zal zeker opnieuw zondigen, waarschijnlijk vandaag al, maar daar kan ik over enige tijd ook weer vergeving voor vragen.
Het is een heerlijk gevoel. Psalm 32 verwoordt het prachtig: 'Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven'. Inderdaad. Wie gelooft kan ik van harte aanbevelen maar weer eens te gaan biechten en voor wie niet gelooft? Gewoon sorry zeggen tegen iedereen aan wie je iets schuldig bent, is een mooie stap op de goede weg...
Bij deze.

dinsdag 17 november 2009

Praatstoel

Dit is mijn vijftigste tekstje. Dat valt me alleszins mee, want ik ben weliswaar in november 2008 begonnen, maar heb van maart tot oktober geen letter op papier gezet. Dus die vijftig stukjes zijn in zo'n zes maanden ontstaan. Het komt neer op bijna twee columns per week en dat vind ik nogal wat. Ik had nooit gedacht dat ik zó vaak en vooral ook zó lang aan het woord zou zijn. Maar blijkbaar is schrijven voor mij een andere manier van praten en als ik praat ben ik ook nauwelijks te stuiten! Schrijven heeft dan het voordeel dat 'de ander' ook gewoon even kan stoppen met lezen en dus pauzes in kan lassen wanneer hij of zij daar zin in heeft. Da's makkelijk.
Mijn beste vriendin Adèle is zelf niet zo'n verschrikkelijke kletskous al heeft ze heel wat te vertellen, maar gelukkig is ze héél goed in luisteren. De verhalen die ik hier opschrijf, kent zij al voordat ik ze geschreven heb. Elke week bellen we namelijk eventjes...zo'n gesprek duurt makkelijk een uurtje of drie en in die avondvullende sessie vertel haar alles wat ik doe, denk en voel. Zoals vrouwen dat nou eenmaal kunnen. Desondanks leest ze mijn posts trouw en dat vind ik een groot compliment!
De punctueelste van mijn lezers is Wan. Elke ochtend logt zij even in voordat ze olijven gaat plukken, geiten voert of kurkeiken verkoopt. (Zien hoe ze woont? Zie 'No Campo in Portugal' onder hangplekken) Als ik haar een dag niet 'zie' ben ik bezorgd. Maar er zijn er meer die kennelijk niet genoeg krijgen van wat hier zoal aan vrolijke nonsens voorbij komt. Ron, de man die alles kan en Jaco, een snelle, modebewuste collega met een spreekwoordelijke voorliefde voor electronica (als er maar een stekker aan zit!), komen ook regelmatig buurten en laten dan ook vaak een reactie achter. Dat is iets waar elke 'blogger' erg blij mee is. Niets zo droevig als een column zonder reacties! Dat weten mijn collega-blogladies Midlife Me, Kattekliek en Janny uit ervaring. Wij reageren dan ook alledrie regelmatig op elkaars creatieve uitspattingen. Zo vind je vrienden op het internet.
Mijn columns verschijnen sinds enige tijd ook op een speciale website voor columnisten en een ander portal voor schrijvers. Via deze sites heb ik kennis gemaakt met onder andere een gepensioneerde conservatoriumdocent die, toen hij in een van mijn verhalen las dat ik van klassieke muziek hield, zo attent was om niet alleen zijn volgende column aan mij op te dragen maar die me zelfs een cd met door hem gecomponeerd werk toestuurde.
Het gebeurt ook dat je columns van iemand anders leest en het net is alsof je 'in de spiegel kijkt', je had het zelf kunnen schrijven, of hebt dat soms ook al eens gedaan. Dat leverde me een leuke vriendschap op met iemand die zich DreamOn noemt. Soms krijg je zomaar een e-mail van iemand die graag even kwijt wil dat hij of zij jouw blog volgt en er van geniet. Hoewel ik mijn stukjes in eerste instantie schrijf omdat ik het zelf leuk vind, geniet ik buitensporig van zulke reacties. En dan is er natuurlijk Kattekliek, die heel veel weet over het Rooms Katholieke geloof en nooit te beroerd is om haar kennis met anderen te delen. Zij is binnenkort ook te gast als ik officieel katholiek word!
Daarnaast is het bijhouden van een weblog natuurlijk een fantastische manier om een beetje voeling te houden met 'verre' neven en nichten of om vriendinnen die ik niet dagelijks (of avonden lang) spreek op de hoogte te houden van mijn wel en wee. Kortom ik heb nog steeds veel plezier in mijn schrijverij en ga er ook vrolijk mee door. Ik hoop dat jullie het ook blijven waarderen. Mocht dat niet zo zijn...even reageren! Wie weet wat ik er aan kan doen, als ik weer op mijn praatstoel zit. Op naar de volgende vijftig.

vrijdag 13 november 2009

Pot van Drie!

Mijn destijds driejarige neefje Niels vertaalde de door zijn moeder gebezigde vloek 'Potjandrie' ooit naar 'Pot van Drie'. Omdat het een slim jongetje is (familie!) en hij al jong door had wat cijfers betekenen, gebruikte hij zijn 'vloekje' om de ernst van de situatie aan te geven. Drie was gewoon, maar was hij erg getergd, kon het zomaar 'Pot van Vier' of zelfs 'Pot van Vijf' worden.
En daarmee gaf de kleine jongen blijk van veel meer elegantie dan de gemiddelde Nederlander die zijn woorden kracht bij wil zetten.
Vloeken beperkt zich allang niet meer tot het ijdele gebruik van de naam van God, integendeel, met de toename van ongelovigen verdwijnen de klassieke vloeken evenredig snel. Maar volgens de Bond tegen het Vloeken vallen alle krachttermen inmiddels onder de noemer vloeken.
Dit onderwerp interesseert me momenteel nogal omdat ik zeer binnenkort katholiek word en mij afvraag of ik mijn repertoire enigszins dien aan te passen. Echte katholieke uitroepen van verbazing of ergernis schijnen echter niet meer te bestaan, dus zal ik mijn gebruikelijke 'Parbleu' en 'Pollens' er maar in houden. Met dank aan Olie B. (nee, het scheelt maar één letter...) en Waldolala.
Als je je een beetje in het vloeken verdiept, kom je de aardigste weetjes en de verschrikkelijkste praktijken tegen! Enkele voorbeelden.
GVD is geen godslastering. Men vraagt met die woorden aan God om je te verdoemen...zeker geen aangenaam vooruitzicht voor een gelovige, maar geen belediging van God.
Katholieken vloeken het vaakst. Ruim 50% procent van de katholieken bezigt weleens een krachtterm, tegen nog geen 29% van de protestanten.
Moslims doen het nóg beter, van hen is het percentage dat vloekt slechts 22%.
Vloeken lijkt een verschrikking van de laatste decennia te zijn...maar niets is minder waar. Onze voorouders konden er ook wat van! Hoewel mijn eigen grootvader zaliger het op 'Sapperloot' hield, werd er ooit vooral gezworen op lichaamsdelen van onze Heer. De Middeleeuwse schrijver Willem van der Tannerijen pleitte daarom toen al voor de doodstraf voor wie zwoer bij 'de baard, de buik, de darmen of de ingewanden van God.' De tijdgeest heeft dus een grote invloed op onze vloekgedrag. Maar niet alleen de tijdgeest, ook de geografische locatie is belangrijk.
Het is intrigrerend hoe elk land zijn eigen vloektraditie kent. In Belgie en Duitsland is men dol op uitwerpselen èn de plek waar zij het lichaam verlaten. 'Scheisse', 'Arschloch', 'Krijg het vliegend schijt' en 'Kakmadam' zijn daar mooie voorbeelden van. In Italië mag men graag de Madonna misbruiken. Net als wij 'Jeetje' en 'Jemig' zeggen terwijl we Jezus bedoelen, verandert men daar Madonna in 'Madonta' of 'Madosca' en dat dan vaak in combinatie met scheldwoorden waarvan 'varken' zo ongeveer het minst erge is.
Dankzij het in Italië nogal ver doorgevoerde taalpurisme, hebben de Angelsaksische krachttermen 'fuck' en 'shit' daar niet het succes dat zij in de rest van Europa hebben. Maar ook de Italiaan weet de weg met 'Stronzi' (drollen), 'Stronzate' (schijterijen) en 'Stronzosi' (beschetenen). En als een Italiaan 'Vai a caccare!' naar je roept, bedoelt hij niet dat je maar eens moest gaan poepen, maar wil hij duidelijk maken dat je je beter uit de voeten kunt maken. Daarnaast beschikt men over zeer plastische en kleurrijke uitdrukkingen voor de diverse vormen van geslachtsgemeenschap. Deze omschrijvingen zet men graag in als vervanging van saaie werkwoorden als werken, praten of klieren. Geen voorbeelden, dan moet ik ze vertalen ook!
In Franstalig Canada heeft men het niet zo op personen, meer op dingen. Je bent daar pas echt 'stoer' als je de voorwerpen die in de katholieke mis gebruikt worden, aanroept. 'Câlisse', 'Ciboire' (beiden betekenen ze mis-kelk) of 'Tabernac' (tabernakel) zijn zo'n beetje de ergste vloeken die daar bestaan. Hoewel ze ook nog kunnen worden verhevigd door er de naam van Christus aan toe te voegen in welk geval het dus 'Crisse de Câlisse/Ciboire' dan wel 'Chrisse de Tabernac' wordt. Moet het ècht indruk maken, maak je er 'stapelvloeken' van. 'Gros Chrisse de ciboire de Chrisse de tabernac de câlisse de Chrisse' bijvoorbeeld, maar het kan nog veel langer. Vloeken is in het vrome Quebec dan ook zo'n beetje de nationale hobby. Frans-Canadezen worden in internationaal gezelschap niet voor niets 'Tabernacco's' genoemd. Ze zijn er nog trots op ook.
Wij Nederlanders wensen elkaar eigenlijk het liefst een (ernstige) ziekte toe. 'Krijg de tyfus/tering/pest' is wat obsoleet geworden omdat deze ziekten inmiddels niet meer bestaan of niet meer fataal aflopen. Maar daar hebben we wat op gevonden. 'Kanker' schijnt het vooral bij de jeugd erg goed te doen. Zo goed, dat het niet eens meer als ernstige verwensing wordt gebruikt, maar eerder als bijvoeglijk naamwoordje. Wil de jeugd dan ècht iets erg zeggen, moet het woord verder uitgebreid worden. Het lijkt wel lego.
Na een rondje internet weet ik dat een Rotterdammer 'Krijgt de kanker, gozert!' zegt. Een Hagenaar maakt daar 'kutkankahwef' van als hij ruzie heeft met zijn vrouw, 'kutkankahjode' als ze tegen 020 spelen en 'kutkankahweh' als het regent. Zo hoor je gemakkelijk waar iemand vandaan komt. Je hoort ook of iemand 'gebruikt', want ook verslaafden hebben zo hun eigen jargon. Achter elke bekende, besmettelijke of oncologische ziekte wordt het woord stoep- of bloedhoer geplakt.
Dat laatste doet me dan weer denken aan voetbalsupporters die het leuk vinden om spreekkoren aan te heffen waarin over tegenstanders of scheidsrechters wordt geroepen dat hun moeder, zus of vrouw een 'kankerhoer' is. In een enkel geval wil men er dan ook nog wat extra informatie bij verstrekken, bijvoorbeeld op welk punt van haar cyclus de dame in kwestie op dat moment verkeert.
Nee, we zijn er niet op vooruit gegaan! Terwijl je elkaar toch ook op een leuke manier naar de maan kunt wensen. Zoals 'Ge zijt wel een mooie kloot maar ge moest onder een ezel hangen!' of desnoods 'Krijg een zweer op je jongeheer!' Inderdaad, deze twee laatste verwensingen zijn specifiek voor heren bedoeld. Ik ga er dan ook vanuit dat dames helemaal geen krachttermen of vloeken hanteren. Hoewel, het scheldwoord 'Piemelhoofd' schijnt door een keurig meisje te zijn bedacht... Alles nog eens overlezend kom ik tot de conclusie dat mijn inmiddels bijna zes jaar oude neefje het ei van Columbus heeft gevonden. Met 'Pot Van Drie' kwets je niemand en ben je niet onfatsoenlijk. En in zéér ernstige gevallen maak je er gewoon 'Pot van Vier' van!

PS: Zaterdagavond ga ik naar de Mis, ik mag hopen dat alles wat ik hier gezegd heb, mij dan vergeven wordt!

dinsdag 10 november 2009

De Fietsenturk

Er was eens eens een man die gek op fietsen was. Hij deed er van alles mee. Hij ging zelf veel uit fietsen, soms op de mountainbike en soms op de racefiets, haalde ze regelmatig uit elkaar om vervolgens weer in elkaar te zetten, verfde ze, verving spaken en kettingkasten omdat hij dat leuk vond en repareerde ook de fietsjes van de kinderen uit de buurt. Die kinderen wisten hem dan ook allemaal te vinden. Want alles waar hun drukke papa's geen tijd voor hadden, deed 'Fietsio' wel voor ze. Remmen bijstellen, banden oppompen en lichtjes repareren, hij deed het met plezier. Voor Fietsio was het een hobby en kleine kinderen vond hij sowieso leuk.
Soms vroeg hij weleens aan zijn vrouw of het niet gek was dat er altijd zoveel kinderen voor de deur stonden. 'Hoezo?' vroeg de vrouw dan. 'Nou....je hoort tegenwoordig zulke rare dingen en ik zou niet willen dat de mensen zoiets van mij zouden denken!' Dat was er ook de reden van dat Fietsio vrijwel nooit kinderen binnen liet komen, zelfs de vriendjes en vriendinnetjes van zijn dochtertje liever niet. 'Kom maar terug als haar Mama thuis is', zei hij dan. Dit kon het dochtertje niet altijd waarderen, want Mama werkte en kwam altijd pas 's avonds thuis.
Maar ondanks het feit dat ze dit niet begreep, was ze zich er wel van bewust dat andere mensen soms raar tegen haar vader aankeken. Ook de moeders bij zwemles en balletles bijvoorbeeld, zij vonden het kennelijk maar gek dat haar vader haar hielp bij het aan- en uitkleden. Maar ja, wie moest het anders doen?
Mama dacht dat het allemaal wel mee viel, iedereen was volgens haar modern genoeg. Huismannen en Papa-dagen waren inmiddels toch al heel gewoon? Maar Mama zag niet hoe die andere moeders altijd naar hen keken. Mama hoorde ook niet hoe de winkeljuffrouw en de juffrouw bij de kassa van het zwembad tegen Papa praatten. Heel hard, ze dachten zeker dat hij een beetje doof was of zo. Het meisje wist niet wat ze ervan moest denken, maar het maakte haar wel verdrietig.
Op school vroegen de kinderen weleens waarom Papa zo raar sprak. Maar dan vertelde ze dat ze dat hij nog niet alle woorden wist omdat hij nog niet zo héél lang in Nederland woonde. De kinderen begrepen dat wel en vonden haar vader toch best aardig. Tenslotte hielp hij ze ook altijd als hun fietsjes stuk waren.
Op een mooie zondagmiddag zaten Fietsio en zijn vrouw in de tuin en hoorden ze mensen in een andere tuin met elkaar praten. Ze kenden ze wel een beetje, hun kinderen kwamen regelmatig langs....Nu was de fiets van de oudste zoon gestolen. De vader riep ineens luid en duidelijk: 'Ga maar eens bij die fietsenturk kijken...die is altijd met fietsen in de weer en jatten doet hij vast ook!' Fietsio en zijn vrouw verschoten van kleur en durfden elkaar niet aan te kijken. Gelukkig hoorden ze toen de jongen, een jaar of twaalf en nog gezegend met het rechtvaardigheidsgevoel dat kinderen zo eigen is, boos antwoorden: 'Fietsio is geen Turk en hij steelt ook niet.'
Helemaal waar, al had het één natuurlijk niets met het ander te maken. Fietsio was overigens niet zijn echte naam, zo werd hij alleen door de buurtkinderen genoemd. Op een kwade dag kreeg hij een hersenbloeding. Fietsen repareren werd een onmogelijkheid en zelf fietsen kon vanaf toen ook niet meer. Fietsio verplaatste zich alleen nog op een zogenaamde scootmobiel.
Zo werd hij van een onbetrouwbare Turk, een domme Turk. Want mensen die niet kunnen lopen, kunnen ook niet denken, dat werd hem al snel duidelijk. Er werd niet meer met hem gesproken, maar óver hem. In het vervolg werd alleen nog aan zijn vrouw of zijn dochter gevraagd wat hij wilde. Dat ging niet alleen in winkels zo, maar ook in restaurants en zelfs in het ziekenhuis. In dat ziekenhuis kwam hij nogal vaak, want het ging niet zo best met zijn gezondheid.
En toen, zomaar aan het begin van de lente, overleed Fietsio heel plotseling. Hij werd begraven in het land waar hij vandaan kwam, niet in Turkije maar in Italië. Nederland is nooit een optie geweest. Zijn nabestaanden zouden immers niet graag horen dat Fietsio ervan verdacht wordt ook postuum de beest nog uit te hangen. Turk of geen Turk.
Maar soms, als de weduwe van Fietsio in de stad loopt, gebeurt het dat zij wordt aangesproken door iemand die ze helemaal niet kent. 'U was toch getrouwd met Fietsio, Mevrouw?' wordt haar dan gevraagd. Als zij bevestigt dat hij inderdaad haar man was, vertelt de onbekende met een warme blik in de ogen dat hij, net als zoveel andere kinderen van toen, vroeger zo op hem gesteld was. 'Het was zo'n vriendelijk mens, Mevrouw', hoort zij dan. 'Hij heeft me eens een keer naar huis gebracht toen ik onderweg gevallen was en hij heeft mijn fiets ook weer in orde gemaakt. Hij was tegen iedereen even aardig! Als wij het over vroeger hebben, herinneren we ons Fietsio ook altijd. De hele buurt hield van hem.'
Het komt wel goed met de wereld denkt de vrouw dan blij. Trots en met opgeheven hoofd loopt ze dan verder. Haar dag is in elk geval weer goed.

PS: Sommige ervaringen kleuren je wereldbeeld en bepalen mede de manier waarop je denkt. Bij mij resulteert dat soms in een politieke column. Wie de laatste wil lezen, klikt op 'politiek' onder 'hangplekken'.

maandag 9 november 2009

Biologisch tussendoortje

Nee...vandaag geen 'leuk stukkie' van mijn hand, dat komt morgen, maar wel een tussendoortje. Een biologisch tussendoortje wel te verstaan.
Mijn collega Midlife Me (zij schrijft ook een BOEK, dus misschien is dat 'collega' wel een beetje vrijpostig!) ontving een mail die zij op haar website heeft geplaatst.
Het gaat erom dat het blijkbaar mogelijk is een kamerdebat te forceren over de prijs van biologische producten. Die zouden een aantal jaren BTW-vrij verkocht kunnen worden.
Daar zijn 'handtekeningen' voor nodig, die van u ook! U kunt uw virtuele handtekening heel gemakkelijk zetten. Ga nu even naar de tekst en met twee klikken bent u klaar. Zou toch erg fijn zijn als wij, mede dankzij u, straks voor een zachte prijs lekkerder èn gezonder kunnen eten!
Mocht u niet eerst de begeleidende tekst willen lezen, kunt u ook direct naar de site gaan: biobtwvrij

vrijdag 6 november 2009

Maatjes

Maatje meer, maatje minder? Maatje als nieuwe haring of maatje als in Van Dale: maat de; m,v -s, maten 1 makker 2 (aanspreekvorm) vriend, vriendje. Inderdaad, die bedoel ik. Sinds enkele maanden heb ik er één, zo'n maatje. (Meer weten? Zie hangplek 'maatje'.)
Mijn maat is een vrouw die niet alleen nog steeds lijdt aan de gevolgen van haar operaties, bestralingen en chemokuren omdat ze borstkanker heeft, maar daarnaast ook met wat 'psychische problemen' kampt.
Die psychische problemen zou je bijna alleen al van alle fysieke narigheid krijgen, daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Alleen geloof ik dat in dit specifieke geval de psychische problemen vooral zijn veroorzaakt door de hulpverleners!
Helaas spreekt mijn maatje weliswaar begrijpelijk, maar niet helemaal correct en zeker niet snel, Nederlands. Dit heeft tot gevolg dat zij soms, nog maar halverwege haar verhaal, wordt onderbroken en de hulpverlener in kwestie zijn of haar conclusie al heeft getrokken. In één bijzonder geval, nadat zij uit pure frustratie in tranen was uitgebarsten, leidde dat tot de aantekening 'labiel en gestresst'.
Deze aantekening ging een eigen leven leiden. Want hoewel hulpverleners over het algemeen niet uitblinken in onderlinge communicatie, beklijven negatieve etiketjes wonderwel en worden zij met groot gemak overgenomen. De dossiers besmetten elkaar net zo gemakkelijk als luizen die tussen de kinderhoofdjes heen en weer dartelen.
Zekiya (het maatje) staat nu dus alom bekend als iemand met 'psychische problematiek' en dat wil eigenlijk alleen maar zeggen dat ze nu nergens meer serieus wordt genomen. Behalve door de chirurg die haar nog regelmatig controleert. Hij weet wel beter, maar hij neemt dan ook ruimschoots de tijd voor haar. Een verademing, elk halfjaar opnieuw.
Het is echter aan het etiketje "psychische problematiek" te danken dat Zekiya en ik elkaar überhaupt kennen. Ik was na het overlijden van mijn man niet zo bijster vrolijk, maar wist dat stilstaan bij de noden van een ander de beste manier is om uit je eigen dalletjes te klimmen. Zo werd ik maatje en aangezien Zekiya ongeveer van mijn leeftijd is, was de match snel gemaakt. Of ik er daadwerkelijk iets aan heb? Nou en of.
Ik ga mee met Zekiya als ze een afspraak heeft bij een van de diverse hulpverleners en ineens komt ze wèl in aanmerking voor een taxipasje, krijgt ze na twee jaar wachten wèl een vorm van thuiszorg en is iemand zo vriendelijk geweest alle medicijnen van Zekiya eens aan een nader onderzoek te onderwerpen. "Gut ja, een slaapmiddel èn een antidepressivum is eigenlijk teveel...Oh, wil mevrouw liever géén anti-depressivum? Hoezo, bent u niet depressief dan? Oh, dat dacht ik. Nou, goed. Dan schrappen we ze alletwee!"
Word ik daar dan vrolijk van? Ja, daar word ik erg vrolijk van. Ik besef maar weer eens hoe gemakkelijk het is om ergens te wonen waar iedereen jouw taal spreekt en dus wel naar je wil luisteren. Hoe prettig het is dat je in je eigen land serieus genomen wordt, zeker als je tot de gelukkigen behoort die een opleiding hebben kunnen volgen en van huis uit over een zeker savoir-faire beschikken. Tja, daar word ik héél vrolijk van.
Maar nog veel leuker is het dat het met Zekiya steeds beter gaat en we inmiddels een volledig gelijkwaardige relatie hebben. Hoewel, gelijkwaardig? Na alle keren dat ik al heb mogen meegenieten van haar overheerlijke Harira, Couscous, Tajine en andere Marokkaanse specialiteiten, voel ik me weleens een beetje ongemakkelijk. Zoveel gastvrijheid zijn wij niet zo gewend... 'Doe niet zo raar', zegt Zekiya dan, 'we zijn toch maatjes?!'

dinsdag 3 november 2009

Bijvullen

Een glaasje wijn op zijn tijd gaat er bij mij prima in, ook twéé glaasjes wijn wel. Voor intimi zal de titel van dit verhaal dan ook meteen duidelijk zijn. Denken ze. Want niets is wat het lijkt en bijvullen is soms een uiterst moeizaam karwei.
Natuurlijk gaat het hier niet om mijn glas maar om mijn verwarming. Ja... verwarmingen dienen om de zoveel tijd bijgevuld te worden. In mijn geval is 'om de zoveel tijd' toch al gauw elke zes weken. Veel te vaak, hoor ik de mannen al brommen. Nee heren, mijn expansievat is niet lek (dat is vorig jaar al vernieuwd) maar het bijvullen gaat mij zo slecht af, dat het nooit meteen goed is.
Vroeger zou ik, als ik een soortgelijk verhaal hoorde, zeggen dat je zulke dingen ook door een ander moet laten doen. Eigenlijk denk ik daar nog steeds hetzelfde over, maar ik heb nog niemand gevonden die het klusje van me over wil nemen.
Mijn man deed het altijd (ik vraag me werkelijk af hoe hij 'em dat flikte, met maar één bruikbare hand) net zoals hij zoveel, zo niet alle, huishoudelijke klussen voor zijn rekening nam. Wij waren namelijk een zeer modern stel; ik had een fulltime baan en hij was de huisman. Het beviel ons beiden uitstekend, maar bracht mij na zijn overlijden in een vrijwel onmogelijk parket. Wij hadden de verdeling namelijk wel erg ver doorgevoerd.
Dit leverde (achteraf gezien) soms hilarische taferelen op. Zoals de keer dat de stofzuiger het niet meer deed. Hij maakte wel geluid, maar zuigen ho maar. Volgens schoonzus moest er een nieuwe zak in. Maar waar? Achter het enige klepje dat ik kon vinden scholen hulpstukken. Kleine zuigmondjes enzo. Mijn schoonzus is uiteindelijk maar naar me toe gekomen om het voor te doen. Om de wasmachine te kunnen gebruiken heb ik eerst een gebruiksaanwijzing van internet moeten downloaden en dat je een 'opvangbakje' achter de elektrische grasmaaier kan hangen, kreeg ik ook pas na een halve zomer door. Kortom, zó verdraaid handig ben ik niet. Maar inmiddels heb ik alles aardig onder de knie. Ik sla spijkers in de muur, zet bouwpakketkastjes in elkaar, weet waar je houtlijm voor gebruikt en ik ben er empirisch achter gekomen dat je als je een gat boort, er een plug in moet stoppen als je wilt dat de schroef houdt. Veel bijgeleerd dus, behalve...inderdaad, het bijvullen.
Met een kurkentrekker kan ik lezen en schrijven, maar de griezelige attributen in het plastic tasje dat achter de wasmand staat, boezemen mij angst in. Een waterpomptang, een slangetje en een soort sleutel met vierkante gaatjes....het zijn niet mijn favoriete gadgets. Eén keer is de vriendelijkste verwarmingsmonteur van Nederland speciaal langsgekomen om mij voor te doen hoe het moet. Sindsdien ben ik op mezelf aangewezen. En dat gaat als volgt.
Ik kleed me zo schaars mogelijk aan (alles wordt toch nat), haal alle kastjes, kleedjes en andere prullaria uit de badkamer en leg de hele vloer vol handdoeken. Dan begint de pret. Kraantje uit. Slangetje er aan vast. Teiltje onder het verwarmingsventiel en opendraaien maar. Eerste zondvloed teistert mijn badkamer. Iets terugdraaien. Tien keer herhalen. Oh gelukkig, hij lekt niet meer. Slangetje aankoppelen. Kraantje open. Tweede zondvloed. Kraantje dicht. Slangetje eraf en omgekeerd bevestigen. Kraantje open. Derde zondvloed. En dat gaat zo maar door. Totdat ineens, op mysterieuze wijze, de zon doorbreekt en de hoosbui over is. Langzaam zie ik het metertje dan naar boven kruipen, zo ongeveer tot het streepje bij de twee, waar hij blijkbaar hoort. Blij en opgelucht ontkoppel ik het slangetje, draai de schroefjes weer dicht en ga de badkamer dweilen. Dan mezelf aankleden en mijn haar droog föhnen. We zijn dan zo'n twee uur verder. Waar ik dan behoefte aan heb? Juist, mijn glas bijvullen.

vrijdag 30 oktober 2009

Me zuster!

'Me zuster!' Tja, dat klinkt een beetje als 'Mijn tante op een bakfiets!' Maar de combinatie tante en bakfiets is absoluut ondenkbaar, althans in mijn familie. Niet alleen stammen mijn tantes uit de tijd dat bakfietsen nog slechts met de bakkersknecht en de scharensliep werden geassocieerd, ook fysiek is de combinatie schier onmogelijk. De uitroep 'Me zuster!' is hier dus wel degelijk serieus bedoeld! Nou voldoen mijn zuster en ik niet echt aan het sterotiepe beeld van zussen, eerlijk is eerlijk...
We zijn niet samen opgegroeid, wisten alleen in de verte van elkaar dat we bestonden en jarenlang is het niet in ons opgekomen daar verandering in te brengen. Tot de tijd er kennelijk rijp voor was en dat is niet zo héél lang geleden. Nee, we hebben Derek Bolt niet op bezoek gehad, we hebben geen emotionele oproep gedaan bij Jaap Jongbloed en we zijn elkaar ook niet huilend in de armen gevallen toen het eenmaal zover was. Ik heb haar gewoon opgezocht in het telefoonboek, een kaartje gestuurd en direct een kaartje teruggekregen. Niet alleen van haar trouwens, ook van mijn 'nieuwe' broer. Na wat heen en weer gemail en gebel zijn we met elkaar gaan eten en dat was gezellig.
Ik heb er sindsdien niet alleen een broer en een zus maar ook een zwager en een schoonzus, vier nichtjes en drie (in december komt de vierde!) achternichtjes en neefjes bij. Helemaal niet zo spannend als op televisie. Eerder gewoon. En dat maakt het nou net zo bijzonder! Mijn zus en ik gaan met een kopje thee (of zo...) aan tafel zitten en leuteren met gemak een hele dag vol. We kijken er helemaal niet van op dat we allebei veel sambal door het eten doen (ook door de gebakken eieren) en dat we stapelgek op beesten, en dan vooral honden, zijn. Noa, Bo en Sofie, de drie prachtige jachthonden van mijn zus zouden op zich al een verhaaltje waard zijn. Ze doen de honden-HBO en beschikken over een ingebouwde TomTom met afstandsbediening. Mijn zus en ik zijn allebei gelovig, maar ons gevoel voor humor is dan ook zo'n beetje hetzelfde. We rookten en zijn (zonder het van elkaar te weten) ongeveer tegelijkertijd gestopt. We hebben dezelfde dikke-buiken-fobie en verder delen we nog een paar (kennelijk familiaire) onhebbelijkheden, waarover ik me op deze plek niet nader uitlaat.
Zus houdt niet van poespas en flauwekul en ik wel, dus er zijn ook verschillen. We zijn immers geen tweeling. Ook al fysiek onmogelijk, want we delen alleen een biologische vader. Waarom ik dit zonodig op moet schrijven? Omdat ik er zo blij mee ben! Ik ben en blijf een echt familiemens. Weinig kan mij vrolijker maken dan weer eens iets te horen van een verloren gewaande neef of nicht, het vinden van een fotootje van een oude tante of toevallig op internet op de naam van je grootvader stuiten. Gelukkig gebeuren dat soort dingen weleens.
Van de zomer stond ineens mijn neef uit Amsterdam op de stoep. Over hem heb ik het al eens gehad, alleen was hij toen nog slechts een herinnering aan voorbije zondagen als kind in de grote stad. Wat ik me vooral herinnerde, was dat hij zo prachtig kon pianospelen en ik dankzij de door hem ten gehore gebrachte mazurka's, scherzo's en nocturnes, nog steeds het gevoel heb dat de zondagochtend niet compleet is zonder Chopin.
De muzikale neef is nu een 'rijpe' heer en pianospelen doet hij helaas nog nauwelijks vanwege artrose in zijn handen. Het leven verandert voor ons allemaal en gaandeweg nemen we afscheid van dingen die ooit belangrijk voor ons waren. Wat is het dan heerlijk om zo af en toe samen te mijmeren over hoe het 'vroeger' was.
Met mijn zus kan ik dat nog niet, maar wij zijn druk bezig met het zorgzaam opkweken van nieuwe herinneringen die we dan over dertig jaar kunnen bespreken. En voor wie denkt dat we dan toch de helft weer vergeten zijn, hebben wij met zijn tweeën maar één antwoord: 'Me zuster!'

maandag 26 oktober 2009

Bitterballen en buikgeluiden

Sinds enige tijd ben ik te vinden op een datingsite. Dat is een internetsite waarop mannen en vrouwen van diverse pluimage zogenaamde profielen kunnen maken. Zo'n persoonlijk profiel bestaat, naast informatie over je leeftijd, de regio waar je woont en de opleiding die je hebt gevolgd, uit meer persoonlijke details. Je vertelt iets over de boeken die je wel of niet leest, de films die je graag ziet, de sporten (?!) die je beoefent en meer van dat soort voorkeuren. Daarnaast vul je in naar wie je op zoek bent. Moet de prins op het witte paard weduwnaar zijn of geef je de voorkeur aan een gescheiden man? Wil je persé een vent uit Volendam of een kerel uit Ketelhaven of zoek je alleen mannen met rood haar en een lange baard? Wil je graag een christen of juist eens iets heel anders...? Je kunt het allemaal invoeren en de partners die bij je passen, worden dan automatisch aan jouw profiel gelinkt. De volgende stap is aan jou...een e-mail sturen of beantwoorden en vervolgens een afspraakje maken. Of niet natuurlijk.
Ondanks de uitgebreide vragenlijsten heb ik nog maar bijzonder weinig heren gespot die ook maar enigszins bij mij zouden passen! Tachtig procent van de ingeschreven mannen doet precies wat ik verafschuw: ze roken, luisteren voornamelijk naar Nederlandstalige muziek, kamperen graag en dan ook nog het liefst in eigen land, lezen niet of beperken zich tot Voetbal International, kijken niet naar het nieuws maar wèl naar actiefilms en bij klassieke muziek denken ze aan repertoire uit de sixties. En zeer zorgwekkend: een groot deel van de mannen boven de vijftig omschrijft zichzelf als 'knuffelbeer' en geeft als favoriete hobby 'rommelmarkten bezoeken' aan.
Not my cup of tea, zogezegd. Toch blijven heel wat vrouwen het proberen, want ergens moet hij toch rondlopen! En inderdaad, zo af en toe krijg je een mailtje waar je vrolijk van wordt. Leuke tekst, goede opleiding, interessante hobby's en als klap op de vuurpijl een smakelijke foto erbij. Na een paar mailtjes over en weer wordt het dan tijd om iets af te spreken. Ik heb nu een paar afspraakjes achter de rug en ik denk dat ik het bijltje er maar bij neer ga gooien. Hoewel? Het was soms wel hilarisch. Wat te denken van de leraar uit Limburg die op de afgesproken plek verscheen met een gigantische bos rode rozen...Helaas bleek na het gezellige etentje dat hij mij toch nog iets moest vertellen. Hij was getrouwd en hij maakte afspraakjes omdat hij het 'het laeve toch eigelik waal bar dreuvig' vond. Brrr. Nummer twee nodigde me uit naar Amsterdam te komen. We hebben gezellig zitten babbelen op het Rembrandtplein. De witte wijn en de bitterballen zorgden voor een bijna uitgelaten sfeer, ware het niet dat deze prins na een hoopgevend introotje, eigenlijk over niets anders wilde praten dan de gruwelijke laatste uren van zowel zijn moeder als zijn echtgenote, die beiden aan dezelfde slopende ziekte waren overleden. En als ik zeg 'in geuren en kleuren' dan bedoel ik ook echt 'in geuren en kleuren'! De bitterballen begonnen spontaan te stuiteren in mijn maag. Kan het erger? Ja hoor! Op een terrasje in Enkhuizen had ik een afspraakje met een werktuigbouwkundige die in zijn vrije tijd in een koor zong. Tja...leek leuk. Maar toen hij mij bij begroeting breed lachend de hand schudde, wist ik het al. Op een paar voortanden na, was zijn hele mond leeg! Een snelle babbel had hij wel, voor ik er goed en wel erg in had, lag zijn hand op mijn knie en vertrouwde hij me toe dat hij me 'best een lekker wijffie' vond. Wegwezen dus. Weer een heel ander type was de handenwringende en schokschouderende haptonoom uit Breda. Hij was kennelijk op van de zenuwen toen we elkaar ontmoetten, ondanks de pregnante dennengeur die hem als een wolk omgaf. Er ging geen rustgevend effect van uit, en dat was ook goed te merken. Zijn ingewanden waren dermate van streek dat niet alleen de borrelende buikgeluiden goed hoorbaar waren, maar hij ook zonder blikken of blozen nogal wat winden liet. Vandaar die dennengeur waarschijnlijk.
En dan was er nog die man die alleen maar over de technologie van ledlampjes wilde praten en de man die zich kleedde alsof hij een reincarnatie van André Hazes was. Mèt hoed wel te verstaan. Vandaar dat ik denk dat ik het voorlopig maar voor gezien houd. Natuurlijk hoop ik dat ik in de toekomst iemand leer kennen die ook liever niet alleen oud wordt. Maar of die bitterballen en buikgeluiden achteraf de moeite waard blijken te zijn? Wordt vervolgd. (Voor wie ook van plan is een afspraakje met een Limburger te maken, heb ik nog een handige link! Zie Limburgs woordenboek.)

woensdag 21 oktober 2009

Herfst

Het is herfst en dat is nieuw voor mij! Tot voor kort bestond het jaar uit twee seizoenen, lente en winter. De winter begon eind september, vlak na mijn verjaardag en de lente begon voor mij, zoals al eerder gemeld, op één januari. Vroeger, toen ik nog in Italië woonde, had het jaar ook maar twee seizoenen, maar dat waren dan zomer en winter. De Nederlandse zomers vind ik niet echt om over te gillen. Als het erg lekker weer is, noem ik het gewoon een heel warme lente. Die twee seizoenen hadden voor mij ook specifieke kenmerken. In de winter regent het en is het koud en in de lente schijnt de zon en kun je zonder jas naar buiten. Niets kan mij dan ook méér van mijn apropos brengen dan een zomerse plensbui en van een 'prachtige, zonnige winterdag' raak ik niet alleen van mijn apropos, ik word er ook superchagrijnig van. Ik houd er niet van als de wereld onoverzichtelijk wordt. Toch is dat nou precies wat er is gebeurd. Ik heb gemerkt dat het herfst is... Alleen het woord herfst al, bracht bij mij altijd zeer onaangenaame gevoelens naar boven. Ik associeerde herfst met cyclamen en crysanten, vallende blaadjes en avondrood (weet niet waarom) en met de muf ruikende droogbloemenboeketten van een oude vrijgezelle nicht. Kortom 'Herfst' was voor mij gewoon een ander woord voor verval of een bejaardenhuis. Daar wil ik dus helemaar niet aan denken! Maar...ik moet mijn tuin tegenwoordig zelf bijhouden. En ik heb in de Libelle gelezen dat je hem dan 'winterklaar' moet maken in oktober. Nu weet ik niet precies wat winterklaar is, maar gelukkig was de beschrijving in "Libelle's Leuke Tuingidsje" nogal uitgebreid en kon ik me, keurig stap voor stap, aan de voorschriften houden. Allereerst heb ik "gezellige tuinhandschoentjes" en "vrolijke kaplaarsjes met lieve bloemmotiefjes" gekocht, toen heb ik mijn landelijkste zijden shawltje (ja, dat had ik gelukkig nog) charmant om het hoofd geknoopt en ben ik de tuin in gegaan! Precies zoals het werd voorgeschreven. Harkje in de ene en een mandje in de andere hand. Dat was niet zo praktisch als het leek. In "Libelle's Leuke Tuingidsje" hoefde je namelijk niet eerst het gras te maaien, deden mannen in stoere kabeltruien het snoeiwerk en lagen de gevallen bladeren al op keurige hoopjes. Ik heb de hark en het mandje dus maar snel ingeruild voor een snoeischaar (en een bijl voor het grovere werk), heb met de elektrische zaag de heg (en het snoer) ingekort en ben helaas niet meer toegekomen aan het romantische werkje waar ik me zo op verheugd had: de gedroogde hortensia's afknippen. Het waren namelijk de foto's van manden vol gigantische hortensiabollen waardoor mijn enthousiasme voor tuinieren zo plotsklaps was opgeborreld. Daar was ik na tweeëneenhalf uur snoeien, maaien, bukken en opruimen dus te moe voor! Maar... het zonnetje scheen, ik kreeg het na verloop van tijd zelfs warm en ik zag ineens de prachtige kleuren van de nog bloeiende vlinderstruik, de rozenbottels in mijn klimroos en de mooie herfstkleuring van de bomen. Tja...herfstrood dus. Maar dan zonder de negatieve associaties. Ik vond het zelfs heel lekker ruiken in mijn tuin. Met andere woorden, ik heb de herfst ontdekt en het viel reuze mee! De tuin ligt er keurig 'winterklaar' bij, de gebloemde laarsjes, de handschoentjes, het shawltje èn het tuingidsje zijn opgeborgen tot volgend jaar en wat mij betreft mag de lente nu wel beginnen. De winter hoeft namelijk van mij niet zo. Naar een lekkere regen-en onweersbui kun je altijd wel luisteren! En kijken.

maandag 19 oktober 2009

Mis!

Mis-gegrepen? Mis-baar? Mis-vatting? Of Mis-dienaar? Eigenlijk van alles een beetje en daar is niets mis mee. Waar gáát dit over...?! Dit gaat over Emilie die besloten heeft om katholiek te worden. Katholiek? Ja, katholiek. En dan niet een beetje katholiek, maar een echte. Zo een die op gevorderde leeftijd het Heilig Vormsel wil ontvangen en die ter communie wil. Zo een die bidt, Maria vereert, de Heiligen een goed hart toedraagt en...tja het is niet anders, de Paus als plaatsvervanger van Petrus op aarde ziet. Hoe komt iemand daar nou bij? Iemand die uit streng Nederlands Hervormde huize komt, jarenlang haar echtgenoot bespotte als hij het Urbi et Orbi op televisie wilde volgen en diep in haar hart de Paus (de term Heilige Vader komt me nog niet over de lippen) een soort Jan Klaassen vindt. Wat is er gebeurd? Katholiek willen worden, is niet plotseling bij me opgekomen, het is een proces dat al heel wat jaren aan de gang is, misschien nog langer dan ik zelf besef. Als kind van vijf heb ik maanden in een katholiek ziekenhuis doorgebracht. Nonnen zwaaiden daar de scepter en ik was dól op ze. Nooit vergeet ik Zuster Juliana die me (op de brancard) meenam voor wandelingetjes door Bussum en dan ook even in 'haar' kapel ging bidden. Of Zuster Donar, die poppenkleertjes voor me naaide... Gebeden werd er ook in het ziekenhuis. Het gevolg was dat ik bij thuiskomst het 'Onze Vader' keurig kon bidden, maar dan wel op katholieke wijze. Dus "Verlos ons van het boze" was "kwade" geworden en de laatste regeltjes werden (toen nog) weggelaten. Mijn ouders vonden het niet zo amusant en ik heb in later jaren nooit meer zonder nadenken de Hervormde versie kunnen opzeggen. Dat katholieke zat er dus stevig ingehamerd, toen al. Mijn moeder was zeer bezorgd (en buitengewoon ontstemd) toen ik als tienjarige van mijn zakgeld een kerststalletje bij de HEMA kocht. Het was een monsterlijk plastic dingetje met glittertjes op het dak, maar ik was er zielsgelukkig mee. Het stond op mijn nachtkastje en ik keek regelmatig met trots naar 'mijn eigen' kleine Jezus. Jaren later kwam ik in Italie terecht en werd ik een regelmatig kerkganger. Keus was er niet, het werd dus de katholieke kerk. Ik was onder de indruk van de rituelen en voelde me door de pastoor begrepen. Ik werd nooit gepusht om over te stappen, integendeel. 'Er is meer dat ons samenbindt dan ons scheidt', was de favoriete opmerking van Don Giuseppe. Ik bleef het leuk vinden om me een beetje af te zetten tegen die katholieke onderdompeling. Als de pastoor thuis kwam om de paaseieren te zegenen, haalde ik altijd snel een paar eieren uit de schaal. 'Dat zijn mijn eieren, die houd ik graag protestants', zei ik dan. Don Giuseppe moest er om lachen. We zijn getrouwd in de katholieke kerk en onze dochter is er gedoopt en gezalfd. Maar toen anderhalf jaar geleden mijn man begraven werd en de mis in 'onze' kerk werd gelezen, wist ik het zeker. Hier hoor ik bij. Zo wil ik ook begraven worden en de troost van een hechte gemeente en de eeuwenoude rituelen van de Heilige Mis wil ik ook mijn dochter niet onthouden. En daar is helemaal niets mis mee! En zo te zien, is het er soms een vrolijke boel!

donderdag 15 oktober 2009

Van oude mensen...

Inderdaad. En dingen die voorbij gaan. Ik zal er geen gewoonte van maken om titels van anderen te jatten...Eén keertje maar, en hij was nou eenmaal niet de eerste de beste. (Overigens het woord jatten komt van het Jiddische woord "Jad". Een aanwijsstokje in de vorm van een handje met een gestrekt wijsvingertje waarmee de tekst in de Tora-rollen werd gevolgd. Geleerd in de sjoel van Elburg). Ik heb het afgelopen jaar vaak geschreven over mijn buurvrouw van (toen nog) 89. We woonden al bijna 34 jaar pal naast elkaar. Ik heb meegemaakt hoe ze haar oudste kind, een dochter, verloor en precies een jaar na de dood van mijn vader overleed ook haar man.
Samen hebben we heel wat buren zien komen en gaan. Mijn moeder was haar beste vriendin en ook háár heeft buurvrouw acht jaar geleden zien vertrekken. (Ja, dat is een eufemisme, tegen alle verwachtingen in ging zelfs mijn moeder maar heel gewoontjes dood.)
Buurvrouw was na elk sterfgeval volledig de kluts kwijt, hetgeen begrijpelijk is. Maar ik zag haar steeds opnieuw met een ongelooflijke veerkracht uit de as herrijzen. De humor, de wil om te leven en het optimisme hadden toch steeds de overhand.
Mijn buurvrouw genoot van de kinderen die buiten op straat speelden, smikkelde graag van een glaasje advocaat met slagroom en een béétje schuin grapje kon ze zeker waarderen. Ze volgde elke actualiteitenrubriek en wist precies welke anti-rimpelcreme het best getest was. En wat er in Story of Privé stond, wist zij beter dan de degenen die het geschreven hadden!
Haar jeugdherinneringen waren een bron van vermaak voor ons beiden. Avonden lang kon ze zitten vertellen en de kolderiekste gebeurtenissen ontsproten aan haar herinnering. Of ze allemaal echt gebeurd waren? Geen idee, ze waren in elk geval leuk om naar te luisteren. Sommige van deze herinneringen heb ik in eerdere columns verwerkt en uitspraken als 'Geest van Salmen sokkenwater' en 'Haarlemmer Dopie' zal ik zeker nooit vergeten. Zij wel.
In maart, vlak voor haar negentigste verjaardag is buurvrouw gevallen. Gewoon, vanuit stilstand in haar eigen keuken. Ze brak haar heup, werd onder narcose gebracht, vakkundig van een nieuwe heup voorzien en is goed hersteld. Maar haar geheugen heeft het allemaal niet goed doorstaan... Buurvrouw weet van niets meer en dat is misschien ook maar beter zo. Nu zit ze namelijk in een verpleeghuis en dat was nou precies de plek waar ze echt nooit terecht wilde komen. Het leven is soms toch minder wreed dan het lijkt.
Zondag was ik bij mijn laatst overgebleven tante. Zij is de jongste zuster van mijn moeder, woont in Bussum en is 'pas' 84. Ook zij moet binnenkort onder het mes. Ze heeft haar testament nog eens doorgelezen en stevig afgetimmerd hoe ze het verder geregeld wil hebben. Want Tante is zich er terdege van bewust dat oude mensen voorbij gaan en de dingen die belangrijk voor ze waren ook.